Direct naar paginainhoud

Ondersteuningsarrangementen

De gemeente Almere werkt met ondersteuningsarrangementen (individuele begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden) bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Wil je meer weten over wat dit betekent voor jou als aanbieder en voor je cliënten? Bekijk dan regelmatig de informatie op deze pagina.

Veelgestelde vragen

Gedachtegoed ondersteuningsarrangementen

Welke ondersteuning valt binnen de scope van de ondersteuningsarrangementen?
Hulp bij het huishouden, individuele begeleiding en (niet-)arbeidsmatige dagbesteding. Kortdurend verblijf, beschut werk en vervoer vallen niet binnen de scope, maar krijgen waar nodig wel expliciete aandacht in het keukentafelgesprek. 

Welke arrangementen zijn er en hoe zijn ze opgebouwd?
Samen met aanbieders heeft de gemeente vijf arrangementen ontwikkeld. Deze zijn gericht op personen met hulpvragen door:

  • psychosociale problemen of (een vermoeden van) psychische problemen;
  • een (vermoeden van een) lichte verstandelijke beperking;
  • cognitieve achteruitgang en/of (een vermoeden van) dementie (psychogeriatrische problemen);
  • lichamelijke achteruitgang (bijvoorbeeld door een lichamelijke beperking, een neurologische aandoening, een chronische ziekte of niet-aangeboren hersenletsel);
  • een zintuiglijke beperking.

Ieder arrangement is onderverdeeld in drie niveaus die oplopen in zwaarte. Het arrangement gericht op personen met hulpvragen door een zintuiglijke beperking is hier een uitzondering op. Deze bestaat uit één niveau. De hulpverlening binnen dat arrangement verloopt via landelijk gecontracteerde partijen.

Waarom kiest de gemeente voor ondersteuningsarrangementen?
De arrangementen bieden de mogelijkheid om ondersteuning integraal en afgestemd vorm te geven en bieden veel ruimte voor maatwerk. Dit betekent dat:

  • inwoners met een hulpvraag één aanspreekpunt hebben voor de ondersteuning binnen een arrangement. Aanbieders werken namelijk (waar nodig) samen om huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en/of (niet-)arbeidsmatige dagbesteding gecombineerd te kunnen bieden;
  • de ondersteuning is afgestemd op de actuele situatie en hulpvraag van de cliënt. Hiervoor hoeft de beschikking niet te worden aangepast. De aanbieder en cliënt hebben namelijk binnen de bandbreedte van een arrangement de ruimte om samen te bepalen welke ondersteuning nodig is. Dat betekent dat een inwoner meer ondersteuning kan krijgen wanneer het minder goed gaat. En dat de ondersteuning weer minder wordt wanneer het beter gaat. 
  • de inwoner dus samen met de aanbieder bepaalt welke ondersteuning op welk moment nodig is. Waar nodig kan de ondersteuning dus maandelijks of zelfs wekelijks meebewegen met de ondersteuningsbehoefte. 
  • de ene inwoner met een bepaald arrangement en niveau op een bepaald moment meer of minder ondersteuning kan krijgen dan een andere inwoner. 

Zijn unieke inwoners wel in een arrangement te passen?
De ondersteuningsvraag van de inwoner is leidend. Op basis hiervan en op basis van de kenmerken van de inwoner wordt het meest passende arrangement en niveau gekozen samen met de wijkwerker (en eventuele cliëntondersteuner). Bij inwoners met meerdere ondersteuningsvragen en uiteenlopende kenmerken wordt bekeken welke ondersteuningsvraag en kenmerken het zwaarst wegen en welke specifieke expertise daarvoor nodig. Er zijn sessie voor deskundigheidsbevordering en intervisie voor wijkwerkers en aanbieders om te komen tot afwegingen waar de inwoner het meeste mee geholpen is.  

Heeft de gemeente nagedacht over ontschotting tussen arrangementen?
Een arrangement is het ‘best passend’ voor een cliënt. Wanneer tijdens de ondersteuning blijkt dat een ander arrangement ‘best passend’ is, kan de cliënt wisselen. De beschikking wordt hierop aangepast. Bij een wisseling van aanbieder zorgt de aanvankelijk betrokken aanbieder voor een warme overdracht richting de nieuwe aanbieder.

Wat gebeurt er als twee personen in een huishouden een ondersteuningsbehoefte hebben? Bijvoorbeeld een echtpaar bij wie één persoon dementie heeft en de andere persoon een fysieke beperking?
De arrangementen zijn op dit moment gebaseerd op een individuele ondersteuningsbehoefte. In dit geval krijgt dit huishouden dus twee beschikkingen. Bij het bepalen van de behoefte is wel oog voor de situatie binnen het huishouden en sociale netwerk. 

Hoe verloopt het contact met aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het arrangement vallen?
Aanbieders van een arrangement hebben de verantwoordelijkheid om waar nodig af te stemmen met de aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het arrangement vallen (bijvoorbeeld vrij toegankelijke ondersteuning in de wijk of de schuldhulpverlening). Bovendien stimuleert de aanbieder de cliënt om gebruik te maken van deze ondersteuningsvormen. De aanbieder heeft daarmee een motiverende en waar nodig signalerende rol. Dit bevordert de integraliteit van de ondersteuning.

Aanbiedersportaal (WIZ-portaal)

De formulieren voor het aandragen van nieuwe contactpersonen en gebruikers staan in het kader hierboven.

Ik krijg een mail 'Organisatie toegang verleend tot samenwerkingtraject, maar ik zie geen traject in het WIZportaal. Wat moet ik doen?
Om de nog te verdelen trajecten gemakkelijker vindbaar te maken, kun je een filter toepassen. Klik op de blauwe knop 'Werk verdelen' om op het betreffende tabblad te komen. Verwijder eventuele bestaande filters via 'Zoekprofiel verwijderen'. Klik vervolgens op 'Zoeken en filteren'. Kies in de zoekopdracht bij 'Persoon toegekend' voor de optie 'Nee'. Hierna toont het systeem alle nog te verdelen trajecten.

Kunnen aanbieders/hulpverleners alle gegevens zien in het WIZportaal?
Nee, aanbieders/hulpverleners zien alleen de gegevens die nodig zijn om te komen tot een passende inzet van ondersteuning. Dit gebeurt met inachtneming van de privacyregels. In een verwerkersovereenkomst ligt vastgelegd met welke gegevens aanbieders aan het werk gaan.

Krijgen samenwerkingspartners/onderaannemers toegang tot het WIZportaal?
Nee, alleen de hoofdaanbieder heeft toegang tot het WIZportaal.

Is er een testomgeving in het WIZportaal om te oefenen met het systeem via fictieve cases?
Nee, er is geen testomgeving beschikbaar voor aanbieders. De testomgeving die er is, is alleen bedoeld voor de gemeente om nieuwe versies van het samenwerkingsportaal in te testen en accepteren. Voor het werken met het WIZportaal is een instructie beschikbaar als onderdeel van het naslagwerk over de arrangementen (zie het groene kader hierboven). Is de instructie niet voldoende helder of uitgebreid om werkzaamheden in het WIZportaal te kunnen uitvoeren? Dan hoort de gemeente dit graag, zodat de instructie kan worden aangepast of aangevuld.

Krijgen aanbieders naast het WIZportaal ook toegang tot het MO-platform (Stipter)?
Nee, aanbieders hebben alleen toegang tot de samenwerkingsmodule in het WIZportaal.

Ik ben aangemeld als gemachtigde contactpersoon voor het WIZportaal, maar ik heb geen inloggegevens ontvangen. Krijg ik deze nog toegestuurd?
Als gemachtigde contactpersoon kun je anderen aanmelden voor het krijgen van inloggegevens voor het WIZportaal. Je krijgt zelf niet automatisch ook toegang tot het systeem. Wil je dit wel? Gebruik dan het 'Formulier aanvragen/wijzigen accounts WIZportaal'.

Berichtenverkeer

Gebruikt de gemeente VECOZO voor het berichtenverkeer tussen gemeente en aanbieder?
Ja. Meer specifiek: de gemeente maakt gebruik van het Gemeentelijk Gegevensknooppunt (GGK) en aanbieders van VECOZO. Het GGK en VECOZO zijn onderling in contact met elkaar. Op die manier gaat het berichtenverkeer heen en weer.

Samenwerking aanbieder en wijkteam

Moet ik als aanbieder wijzigingen in de inzet van ondersteuning doorgeven aan het wijkteam?
Nee, binnen de bandbreedte van het arrangement en pakket kun je aanpassingen in de inzet onderling met de cliënt afstemmen. Het is niet nodig om het wijkteam of de gemeente op de hoogte te stellen.

Is er naast de Wmo-consulent nog een externe controle op de inzet die een aanbieder afspreekt met een cliënt?
Nee, er is geen aanvullende externe controle. De Wmo-consulent beoordeelt de inhoud van de ondersteuning die de aanbieder afspreekt met de cliënt (deel twee persoonlijk ondersteuningsplan). Op basis hiervan maakt hij of zij een beschikking of vraagt de aanbieder om meer informatie en/of aanpassingen. De gemeente monitort de inzet van ondersteuning.  

Overlegt de Wmo-consulent met een aanbieder bij een complexe/risicovolle casus?
Als de Wmo-consulent dit zinvol acht, kan hij of zij naar eigen inzicht een aanbieder consulteren.

Is het mogelijk een beschikking af te geven zonder diagnose?
Ja. Er kan een medisch onderzoek worden aangevraagd. Wil de cliënt hier niet aan meewerken, dan kan de ondersteuning gemotiveerd worden toegekend.

Tarieven, regiekosten en samenwerking tussen aanbieders

Alle informatie over tarieven, regiekosten en samenwerkingsverbanden tussen aanbieders is vervat in het administratieprotocol voor de ondersteuningsarrangementen (zie hierboven).

Wie is in een samenwerkingsverband het aanspreekpunt voor de cliënt?
In principe is het aanspreekpunt voor de cliënt een medewerker van de hoofdaanbieder. Het kan voorkomen dat een medewerker van een samenwerkingspartner aanspreekpunt is. Dit is afhankelijk van hoe dit is georganiseerd binnen het samenwerkingsverband.

Hoe kan ik als aanbieder een nieuwe samenwerkingspartner aanmelden?
Gebruik hiervoor het formulier 'Aanmelden nieuw samenwerkingsverband' in het groene kader hierboven.

Is er een maximum aantal uren ondersteuning gebonden aan de tarieven?
Nee, het is aan de aanbieder en cliënt om binnen de bandbreedte van het arrangement en pakket een passende inzet af te spreken.

Termijnen in het indicatieproces

Is de verdeling van termijnen (vier weken voor de gemeente, twee voor de aanbieder en weer twee voor de gemeente) te wijzigen?
Nee, dit is niet mogelijk. De gemeente probeert wel vaart te maken in de eerste vier weken, zodat de aanbieder in de praktijk meer dan twee weken heeft voor zijn deel.

Is er sprake van wachtlijsten bij de afhandeling van meldingen?
Nee, het uitgangspunt is om binnen acht weken na de melding van de cliënt een besluit te nemen over de inzet van ondersteuning. Zie het naslagwerk ondersteuningsarrangementen voor meer informatie.

Wie is verantwoordelijk voor het bewaken van de vastgestelde termijnen bij zorgmijders?Bemoeizorg blijft bestaan. Als een cliënt toe is aan het accepteren van hulp, volgt er een keukentafelgesprek. Bij problemen in het proces is overleg met het wijkteam mogelijk. Het is mogelijk om de vastgestelde termijnen rond de ondersteuningsarrangementen met enkele weken op te schorten als hier gegronde redenen voor zijn. Zie hiervoor ook het administratieprotocol.

Kwaliteit en administratieve druk

Hoe waarborgt de gemeente de kwaliteit van de ondersteuning?
De kwaliteitseisen die de gemeente stelt staan beschreven in de inkoopdocumenten op TenderNed. Daarnaast monitort de gemeente de kwaliteit van de ondersteuning. De gemeente doet dit via:

  • cliënteninterviews;
  • ‘tellen en vertellen’ bij aanbieders;
  • de monitor sociaal domein (o.a. om zicht te krijgen op zorggebruik);
  • cliënttevredenheidsonderzoek.

Bij de monitoring sluiten we zo veel mogelijk aan bij al bestaande bronnen en beperken we de administratieve lasten voor aanbieders.

De contractpartner van de gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de samenwerkingspartners (in het geval van een hoofd- en onderaannemerconstructie de hoofdaannemer, in geval van een andere vorm van samenwerking het hoofdaanspreekpunt).

Vindt er naast een eindevaluatie ook een tussenevaluatie met de cliënt plaats?
De gemeente checkt drie maanden na de start van de ondersteuning bij de cliënt of alles naar wens verloopt. Bij afloop van de indicatie stellen aanbieder en cliënt samen een evaluatie op. Tussendoor hoeft de aanbieder geen tussentijdse evaluatie bij de gemeente aan te leveren.

Welke invloed heeft de werkwijze op de administratieve druk voor aanbieders?
In de inkoopdocumenten, waaronder het administratieprotocol (zie hierboven) staat meer informatie over het administratief proces (waaronder de toekenning, het berichtenverkeer, facturering, monitoring en verantwoording). De ambitie is om de administratieve druk te verlagen. De gemeente monitort de uitwerking van deze ambitie in de praktijk en voert dialoog hierover met de aanbieders.

Geen onderscheid HH1 en HH2

Wie bepaalt of huishoudelijke hulp 1 of 2 nodig is?
Binnen de ondersteuningsarrangementen is er geen onderscheid meer tussen huishoudelijke hulp 1 (schoonmaken) en 2 (regie voeren over het huishouden). De aanbieder die huishoudelijke hulp biedt, kan advies en instructie geven over de huishoudelijke taken. Verder kan hij waar nodig de regie over het huishouden voeren samen met de cliënt.

De aanbieder is verantwoordelijk om veranderingen in de situatie van de cliënt te melden aan de gemeente. Bijvoorbeeld waar het gaat om wijzigingen in de gezondheidssituatie, leefomstandigheden, sociale omgeving en huiselijke situatie van de cliënt (vervuiling, maatschappelijk isolement, eerste stadia van dementie, etc.). De aanbieder heeft een actieve signalerende functie op dit vlak.

Ondersteuningsarrangementen en pgb

Hoeveel ruimte is er binnen de arrangementen om met een persoonsgebonden budget te werken? 

De arrangementen zijn alleen beschikbaar via zorg in natura. Er is geen combinatie mogelijk met een pgb. De losse ondersteuningsvormen (individuele begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke hulp) zijn wel via een pgb in te zetten. Deze mogelijkheid komt ter sprake in het keukentafelgesprek met het wijkteam.