Interviews Almere Kracht

Dag van de kinderrechten

20 November is de Internationale Dag van de Rechten van het Kind. Op deze dag vieren we dat kinderen speciale rechten hebben. Op 20 november 1989 werden deze rechten officieel vastgelegd in het kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties. Nederland heeft het verdrag ondertekend en moet de rechten van kinderen in ons land beschermen. Als kind heb je recht op een veilig en gezond leven. Je moet beschermd worden tegen mishandeling, geweld en uitbuiting.

Op basisscholen in Almere wordt in het kader van het landelijk actieprogramma Geweld Hoort Nergens Thuis de pilot 'Vroeg erbij op school' uitgevoerd. Hierbij geven de jongvolwassen ervaringsdeskundigen van Team-Kim les aan basisschoolkinderen over wat hun rechten zijn. En wat ze kunnen doen als zijzelf of iemand die zij kennen slachtoffer van huiselijk geweld of kindermishandeling is.

Ook in 2022 kan het lesprogramma op enkele Almeerse scholen worden uitgevoerd! Geïnteresseerden kunnen contact opnemen via voverberg dit@almere.nl ovv GHNT Op tijd erbij op School.

Hieronder lees je de blog van Kim van Laar, oprichter van Team-Kim. Team-Kim geeft voorlichting over kindermishandeling aan kinderen, jongeren en professionals binnen Nederland. Aan de hand van persoonlijke, ervaringsdeskundige verhalen van jongvolwassenen maken ze kindermishandeling bespreekbaar. Team-Kim is opgericht om de aanpak tegen kindermishandeling te verbeteren door haar kennis en ervaringsdeskundigheid in te zetten voor een concrete en effectieve preventie, vroegtijdige signalering van kindermishandeling en huiselijk geweld en het taboe op dit onderwerp te doorbreken. Meer weten? Kijk op www.team-kim.nl

'Als ik niet weet wat ik meemaak, kan ik ook geen hulp zoeken...'

"We zien het regelmatig tijdens onze lessen; kinderen denken bij kinderrechten vaak aan arme kinderen in Afrika die geen huis hebben of niet naar school kunnen. Maar ook voor kinderen in Nederland is het belangrijk dat zij weten wat hun rechten zijn", aldus Kim van Laar.

"Ook ik had als kind een verkeerd beeld van bijvoorbeeld kindermishandeling. Daardoor ben ik er zelf niet over gaan praten. Ik wist wel dat de kindertelefoon bestond en dat je die kon bellen, maar ik dacht zelf bij mishandeling aan geen eten krijgen of in een kelder gestopt worden. Ik kreeg gewoon eten. En wij hadden geen kelder. Dus ik dacht dat het wel goed zat. Achteraf gezien had ik te maken met verwaarlozing en huiselijk geweld.

Omdat ik controle probeerde te krijgen over de situatie, begon ik mezelf de schuld te geven. Ik dacht vaak: ‘Zie je wel, ik ben gewoon dom of ik heb niet genoeg mijn best gedaan, daardoor gaat het mis thuis.’ Dit eenzame gevoel, wat ook nog eens erg schadelijk is om mee op te groeien, gun ik geen enkel kind. Daarom hebben wij als Team-Kim een lespakket ontwikkeld, waarin we aan de hand van de kinderrechten en persoonlijke verhalen van ervaringsdeskundigen aan de slag gaan met groep 7. De leerlingen leren welke vormen van mishandeling bestaan en waarom het zo belangrijk is dat we erover praten. Naast praten is het ook belangrijk om te weten dat er verschillende manieren van hulp zoeken zijn en dat je als kind mag kiezen wat het beste bij jou past. We zien dat het veel meer is dan alleen een lesje over kinderrechten. Door dit bespreekbaar te maken wordt het pedagogische klimaat van de school veiliger en voelen leerlingen en leraren zich meer bekwaam om met elkaar het gesprek aan te gaan. Het is fantastisch om dit proces te zien!"

‘Ik vind de lessen van Team-Kim leerzaam en informatief. Ik weet nu wat het is en wat ik kan doen voor andere kinderen. Ik heb geleerd dat als je hulp nodig hebt dat je dit mag vragen.’  - Leerling groep 7

Taboe

"Eigenlijk geldt het voor iedereen dat het belangrijk is dat je in actie komt als je te maken hebt met onveiligheid. Het is een groot taboe. Kinderen weten vaak niet of ze er mee te maken hebben. Volwassenen voelen vaak een enorme drempel om hulp te zoeken. Ook professionals voelen weerstand om in actie te komen. Zo blijft het vaak lang stil. Het is daarom zo belangrijk dat we dit veel meer bespreekbaar maken. Op school bespreken is een mooie eerste stap. We onderschatten hoe belangrijk het is om kinderen en volwassenen informatie te geven. Een belangrijk recht dat vaak onderschat wordt, omdat we ervanuit gaan dat kinderen of volwassenen dit al weten."

We hebben elkaar nodig

"We moeten beseffen dat steun bieden en samen zoeken naar een oplossing een wezenlijk verschil kan maken voor deze kinderen en hun gezin. Want mishandeling meemaken is verschrikkelijk, maar niemand die je vraagt hoe het nou echt gaat of zijn best doet om jou echt te zien zoals je bent is veel pijnlijker. We denken vaak te groot of hebben het gevoel dat we niks kunnen betekenen voor zulke mensen. Het tegendeel is waar. Alleen al vragen hoe het nou echt met iemand is of een kind in zijn kracht zetten maakt een wezenlijk verschil. Zoek op welke hulp er allemaal is en geef deze informatie door. Kinderen kunnen bijvoorbeeld de kindertelefoon bellen en als omstander kan je altijd advies vragen bij bijvoorbeeld Veilig Thuis.Ook staat er veel informatie op www.ikvermoedhuiselijkgeweld.nl."

Hoe ga jij de komende tijd het gesprek aan over onveilig opgroeien?

Springplank naar een kansrijke toekomst

Zonder diploma tóch een mbo-opleiding volgen? De Entree-opleiding van het MBO College Almere maakt het mogelijk. Jongeren vanaf 16 jaar kunnen er in een jaar tijd hun mbo-1-diploma behalen. Daarna kunnen ze doorstromen naar een mbo-opleiding op niveau 2. En misschien nog wel verder.

Eén ding hebben ze met elkaar gemeen, de 65 studenten aan de Entree-opleiding van het MBO College Almere. Ze beschikken geen van allen over een middelbare schooldiploma. Verder hebben ze allemaal een rugzak, alleen is de inhoud bij elk van hen anders. ‘Iedereen hier heeft zijn eigen verhaal,’ zegt Linda Veldkamp, coördinator Entree, docent en coach. ‘Sommigen hebben een slechte schoolervaring gehad. Anderen zijn uitgevallen door ziekte, zwangerschap of een moeilijke thuissituatie. En dan hebben we ook nog een aantal jonge statushouders in de klas, zonder (geldig) diploma.’

Wat haar studenten bindt, is de drive om vooruit te komen. Voor hen is deze opleiding een springplank naar een kansrijke toekomst. Na het behalen van het Entree-diploma kunnen zij namelijk verder doorstromen in het mbo. Linda legt uit: ‘Het mbo kent vier niveaus. De Entree-opleiding is een mbo-opleiding op niveau 1. Voor de meeste van onze studenten is het niveau echter niet het probleem. Zij zitten hier om heel andere redenen. Bij opleidingen op een hoger niveau moet je meteen presteren, daar is geen ruimte om aan je persoonlijke bagage te werken. Wij bieden die ruimte wél.’

Eén diploma, vier routes

In Almere wordt de Entree-opleiding op vier locaties gegeven. Alle aanmeldingen gaan via het Bureau Studentbegeleiding van het ROC van Flevoland. Na aanmelding wordt iedere kandidaat getest en volgt een gesprek. Daarna wordt de kandidaat in de plaatsingscommissie besproken. Linda: ‘In de plaatsingscommissie zitten deskundigen van alle vier de locaties. Zij kijken vooral naar de onderwijsbehoefte van de kandidaat. Op basis daarvan bepalen zij waar iemand geplaatst wordt. Voor het eindresultaat maakt het niet uit: op elke locatie behalen de studenten hetzelfde mbo-diploma. Alleen de weg ernaartoe is verschillend.’

Ze licht toe: ‘Heeft iemand wat meer uitleg en stages nodig, dan komt hij waarschijnlijk het best tot zijn recht in de Entreeklas van PRO, een school voor praktijkgericht onderwijs. Jongeren met een diagnose in het autistisch spectrum zijn beter op hun plaats bij het Nautilus College, een school met kleine klassen en weinig prikkels. De echte ‘doeners’, die het lastig vinden om de hele dag stil achter hun computer te zitten, kunnen terecht bij Almeerkans, een leerwerktraject in samenwerking met Mind@Work. En dan heb je nog onze Entree-opleiding op het ROC, de meest theoretische afdeling.’

Programma

De Entree-opleiding aan het ROC is een eenjarige opleiding. Studenten volgen tien maanden lang (een heel schooljaar) een intensief programma. Drie dagen per week gaan ze naar school, de andere twee dagen lopen ze stage. Linda: ‘Op school doceren we vakken als Nederlands, rekenen en burgerschap. Maar ook loopbaanbegeleiding, ICT, werknemersvaardigheden, wereldoriëntatie en sport staan op het rooster. En dan zijn er ook nog de zogenaamde ‘keuzedelen’. Dat zijn vakken gericht op verbreding en verdieping, zoals duurzaamheid of Nederlands voor studenten met een taalachterstand.’

De stage is een verplicht onderdeel van de opleiding. De school helpt bij het zoeken naar een geschikte plek. ‘We hebben een groot netwerk van bedrijven waar studenten terechtkunnen en die affiniteit hebben met deze doelgroep. In principe loopt een student het hele studiejaar stage bij één bedrijf. Daarom proberen we ook echt een plek te vinden waar een klik mee is.’ Aan het eind van het traject vinden de examens plaats. Naast verschillende theorietoetsen moet de student ook een praktijkexamen afleggen en dienen vakken als burgerschap en sport aantoonbaar te zijn afgerond. Bovendien moet de student alle stage-opdrachten hebben gemaakt en actief hebben deelgenomen aan de verschillende lessen. Linda: ‘Er wordt dus behoorlijk wat van ze gevraagd. Je krijgt dit diploma echt niet zomaar.’

Aandacht en begeleiding

Het overgrote deel van de studenten rondt de opleiding succesvol af. ‘Natuurlijk gaat dat niet altijd vanzelf,’ erkent Linda. ‘Daarom krijgt elke student een persoonlijke coach toegewezen. Alles draait om aandacht. Deze jongeren willen gezien en gehoord worden. Wij kunnen niet al hun problemen oplossen, maar we kunnen wél een luisterend oor bieden en advies geven. Daarbij helpt het enorm dat we een kleinschalige opleiding zijn. Ons team bestaat uit vijf docenten. Iedere docent kent elke leerling. Als er iets mis is, dan zien we dat meestal meteen. Daarnaast hebben we op school professionals die de studenten kunnen ondersteunen bij specifieke problemen. En ook het thuisfront proberen we zoveel mogelijk te betrekken.’

De meeste studenten stromen na de Entree-opleiding door naar een mbo-opleiding op niveau 2. ‘Op ons ROC hebben we een uitgebreid aanbod,’ zegt Linda. ‘Als het even kan, proberen we ze dan ook binnen onze eigen deuren te houden. Zo kunnen ze makkelijk bij ons aankloppen als er iets is, ook al zitten ze dan niet meer bij ons in de klas. Maar we vinden het ook gewoon heel leuk als ze zomaar even langslopen om ons te laten weten hoe het met ze gaat. We blijven betrokken.’

Omar Diab (19): ‘Ik wil er alles aan doen om mijn doel te bereiken’

‘Begin 2018 ben ik met mijn vader en broertje vanuit Syrië naar Nederland gekomen. Eerst ben ik ben naar de Taalschool gegaan, om Nederlands te leren. In september 2019 mocht ik al naar het ROC. Ik ben gestart in de Entree-opleiding. Daar heb ik ontzettend veel geleerd. 
Vooral mijn Nederlands is heel erg verbeterd. In het begin verstond ik lang niet alles. Dat was best moeilijk. Maar in de klas sprak iedereen alleen maar Nederlands, dus ik moest zelf ook wel. Ik had geen keus. Mijn kennis van de taal werd daardoor steeds beter. De docenten hebben veel geduld met me gehad. Als het nodig was, legden ze iets rustig tien keer uit. Ik ben ze daar erg dankbaar voor.

Ook de vakken burgerschap en wereldoriëntatie vond ik heel nuttig. Ik leerde bijvoorbeeld over de steden in Nederland, de Tweede Wereldoorlog en de Nederlandse cultuur. 
Mijn stage heb ik bij een technisch installatiebedrijf gelopen. Ik was een van de laatsten in de klas die met de stage begon, maar ik was als een van de eersten klaar. Vaak ging ik ook in het weekend of op een vrije dag naar mijn stagebedrijf toe. Ik heb er van alles geleerd: een vloerverwarming instellen en een stopcontact maken bijvoorbeeld. Voor mijn stageopdracht kreeg ik een 10. De docenten waren ontzettend trots op me.

Dit schooljaar ben ik gestart met de mbo-opleiding ICT op niveau 2. Volgend jaar wil ik graag doorstromen naar de niveau-4-opleiding Systeembeheerder. Ik voel me verantwoordelijk voor mijn eigen toekomst en ik wil er alles aan doen om mijn doelen te behalen. Ik weet zeker dat het me gaat lukken.’

Yasmin Aalders (21): ‘De docenten zijn enorm betrokken’

‘Ik ben op een tiende punt voor mijn vmbo TL-examen gezakt. Omdat ik al 18 was, mocht ik het jaar niet overdoen op dezelfde school. Privé zat ik ook nog eens in een heel heftige periode. Even had ik geen idee hoe ik verder moest. Ik had zo graag een opleiding tot verpleegkundige willen volgen, maar zonder diploma kon ik dat wel vergeten.

Toen kwam ik op het spoor van de Entree-opleiding. Eerlijk gezegd was ik niet meteen enthousiast, maar dat veranderde snel. Al na een paar weken op school voelde ik me er thuis. En nu ik terugkijk, kan ik volmondig zeggen dat dit het leukste jaar van mijn hele schoolperiode is geweest. 
Het grootste deel van de leerstof was voor mij geen probleem. Alleen bij rekenen kon ik wel wat extra hulp gebruiken. Die hulp kreeg ik van Linda. Ik kon met al mijn vragen bij haar terecht. Verder heb ik vooral veel gehad aan de lessen ICT. Ik heb bijvoorbeeld leren omgaan met PowerPoint, waar ik nog nooit eerder mee had gewerkt.

Mijn privésituatie was nog steeds niet makkelijk, en daar waren de docenten van op de hoogte. Ze waren allemaal zeer betrokken. Ook kon ik mijn ei regelmatig kwijt bij de vertrouwenspersoon op school. Dat was ontzettend fijn.
Mijn stage bij Woonzorgcentrum Polderburen was erg leuk en leerzaam en ik heb mijn examen met heel mooie cijfers afgesloten. Daarna ben ik binnen het ROC doorgestroomd naar een administratieve opleiding op niveau 2. Dankzij een aantal vrijstellingen kon ik die versneld afronden. Volgende maand start ik in Amsterdam met de niveau-4-opleiding tot verpleegkundige, waar ik enorm veel zin in heb. Ook die opleiding hoop ik versneld te kunnen volgen, want daarna wil ik verder studeren aan het hbo. 
Ik heb veel aan te danken aan de Entree-opleiding. Als die mogelijkheid er niet was geweest, had ik nu geen mbo-4-opleiding kunnen volgen. Mijn toekomst zie ik vol vertrouwen tegemoet. Ik kan niet wachten om te starten op m’n nieuwe school!’

Kans op een betere toekomst dankzij Learn2Work

Learn2Work biedt jongeren tussen de 18 en 27 jaar met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans op een betere toekomst. Met een traject op maat worden zij ondersteund én geactiveerd om weer terug te keren naar school of werk. Jaarlijks stromen zo’n vijftig jongeren succesvol uit. ‘Wij leggen de nadruk op wat iemand wél goed doet. Dat is de kracht van onze aanpak.’

Learn2Work is het leer-werktraject van de Almeerse welzijnsorganisatie De Schoor. De jongeren die zich er aanmelden, hebben een heel diverse achtergrond, vertelt trajectbegeleider Marco van Schaik. ‘Het kan zijn dat het thuis, om wat voor reden dan ook, niet lekker loopt. Of dat iemand z’n ouders heeft verloren. Maar ook jongeren met een licht verstandelijke beperking of jongeren die een gevangenisstraf hebben uitgezeten kunnen bij ons terecht. Wij kijken nergens van op.’ Doel is dat de deelnemer aan het eind van de rit de juiste vaardigheden en competenties bezit om goed voorbereid terug te kunnen keren naar school of werk. Hoe lang zo’n traject duurt? Marco: ‘Dat hangt van allerlei factoren af. Soms kan iemand al na een paar maanden doorstromen, soms duurt het anderhalf jaar.’ 

Grenzen verleggen

Voor iedere deelnemer wordt een traject op maat samengesteld. Dat bestaat uit theorie- en praktijklessen, activiteiten, coaching en stage. Elke jongere krijgt een persoonlijke coach die hem bij het hele traject begeleidt. ‘Maatwerk is essentieel voor deze jongeren,’ benadrukt Marco. ‘We kijken waar iemands interesses liggen en waar iemand goed in is. Samen werken we in kleine stapjes toe naar het einddoel.’ Sport maakt vaak een belangrijk deel uit van het programma. Marco: ‘Door te sporten leren de jongeren hun grenzen te verleggen en krijgen ze meer zelfvertrouwen.’ 

Back to basic

Elk traject start met een oriëntatiefase. ‘Dan gaan we back to basic. We besteden aandacht aan aspecten als op tijd komen en het nakomen van afspraken. Ook maken de deelnemers een persoonlijk ontwikkelplan. Daarnaast zorgen we dat alle randvoorwaarden op orde zijn. Denk aan huisvesting, financiën en eventueel kinderopvang. Wij helpen de jongeren daarbij.’ Daarna volgt, afhankelijk van iemands doel, de school- of werkfase. In de schoolfase doen de deelnemers uiteenlopende vaardigheden op om schoolrijp te worden. Naast vakken als rekenen, Nederlands en Engels werken de jongeren onder meer aan een positieve leerhouding, presentie en zelfreflectie. Ook een stage maakt deel uit van het programma. 

Praktijkervaring opdoen

Jongeren die na het traject bij Learn2Work liever willen gaan werken, ontwikkelen zich verder in de werkfase. Marco: ‘Je leert dan bijvoorbeeld hoe je een cv maakt en hoe je een sollicitatiegesprek voert. Verder doen de deelnemers uitgebreide praktijkervaring op. Dat begint met een stage op een werkervaringsplek. Daarna gaat de coach van Learn2Work samen met de jongere op zoek naar een betaalde baan.’ Ook de combinatie werken en leren is een mogelijkheid. 

Nazorg

Zelfs als de jongeren hun traject hebben afgerond en zijn doorgestroomd naar een opleiding of werk, blijft Learn2Work betrokken. ‘We bieden nog zeker een jaar nazorg. Daarmee voorkomen we dat ze terugvallen in hun oude patroon,’ verklaart Marco. Als alles goed gaat, wordt het aantal contactmomenten stapsgewijs afgebouwd. Toch is ook dan de deur nooit helemaal dicht. Marco: ‘Ik heb met bijna alle oud-deelnemers nog contact. Ze kunnen mij dag en nacht bellen, ik sta altijd voor ze klaar.’

Jeffrey: ‘Dankzij Learn2Work heb ik weer vertrouwen in mijzelf’

Op zijn zeventiende kreeg Jeffrey Post (27) een ernstig ongeluk, waardoor zijn toekomstplannen plotseling in duigen vielen. Ook thuis liep het in die tijd niet op rolletjes. En toen hij ook nog eens in aanraking kwam met de verkeerde vrienden, gleed hij steeds verder af. Totdat hij vier jaar geleden besloot dat het roer radicaal om moest.

‘Als kind kon ik altijd al moeilijk stilzitten. Ik zat op een school voor speciaal onderwijs en daarna volgde ik de vmbo-opleiding Techniek Breed aan het Baken Stad College in Almere. Ik had mijn zinnen gezet op een toekomst in het leger. Toen kreeg ik een heftig ongeluk, waarbij ik mijn beide armen, mijn neus en oogkassen brak. Ik kon mijn plannen op mijn buik schrijven. Mijn leven stortte in, ik had geen idee wat ik dan wel moest gaan doen. Ik probeerde verschillende opleidingen, maar niks paste bij me. Ik was 18 toen ik definitief stopte met school.

Niemand begreep me

Ook thuis liep het niet lekker. Ik droeg al een tijd de zorg voor mijn oma en toen werd ook mijn moeder ziek. Zo ernstig, dat ze zelfs een aantal suïcidepogingen deed. Intussen ging het ook met mijzelf steeds verder bergafwaarts. Ik had geen werk, alleen een Wajong-uitkering, en ik kwam met de verkeerde mensen in aanraking. Regelmatig zwierf ik rond op straat. Niemand begreep me. Ik voelde me heel erg alleen.

Toen kwam ik op een dag Marco tegen. ‘Zou je niet wat meer van je leven willen maken?’ vroeg hij me. Maar op dat moment was ik daar nog helemaal niet aan toe. Ik had zoveel meegemaakt, ik geloofde niet dat ik hier ooit nog uit zou kunnen komen. Bovendien, als ik aan een baan zou beginnen, zou ik na een jaar mijn uitkering kwijtraken. Het idee alleen al leverde me zoveel stress op dat ik last kreeg van paniekaanvallen.

Vier jaar geleden leerde ik mijn huidige vriendin kennen. Zij heeft me gestimuleerd om tóch aan mijn toekomst te gaan werken. Dankzij haar besloot ik alsnog contact op te nemen met Marco. Ik stuurde hem een berichtje met de vraag of hij me nog een kans wilde geven en hij stelde Learn2Work voor. Ik kon heel snel starten.

Steeds een stukje vooruit

Dat was een enorme omslag. Ineens moest ik volop aan de bak en dat was niet makkelijk. Meerdere keren heb ik op het punt gestaan om het bijltje erbij neer te gooien. Maar steeds zei Marco dat hij vertrouwen in me had, en dan zette ik toch weer door. Ik wilde mijn 
vriendin en ouders zó graag bewijzen dat ik geen loser ben. Langzaam ging ik steeds een stukje vooruit.

De afgelopen jaren had ik flinke schulden opgebouwd en bij Learn2Work leerde ik hoe ik de dingen anders kon aanpakken. Mijn zelfvertrouwen groeide. Ik ontdekte dat ik het liefst met mensen wilde werken. Marco stelde een combinatie van techniek en mensen voor. Of conciërge op een school niet iets voor me was, vroeg hij. Dat leek me wel wat. Ik heb vier open sollicitaties gestuurd en de directeur van het Baken, mijn oude school, nam contact met me op. Samen met Marco heb ik uitgebreid geoefend hoe ik me zo goed mogelijk kon presenteren tijdens m’n sollicitatiegesprek. Ik mocht drie maanden stage komen lopen en ik vond het geweldig. Na mijn stage kreeg ik een jaarcontract en inmiddels heb ik een vaste aanstelling. Het werk is superafwisselend. De ene dag haal ik een boze leerling uit de klas of sus ik een vechtpartij op het schoolplein, de volgende dag repareer ik een gesprongen waterleiding en ontvang ik ouders tijdens een open avond.

Ik ben heel gelukkig met waar ik nu sta in mijn leven. Sinds kort woon ik samen met mijn vriendin in een fijn vierkamerappartement. Ook de band met mijn ouders is in positieve zin veranderd. Zonder Learn2Work had ik dit nooit bereikt. Marco was al die tijd mijn steun en toeverlaat en ook mijn coach Alwin heeft me heel veel geleerd. Ik weet dat ik altijd bij ze terecht kan, ook nu nog. Dankzij Learn2Work heb ik weer vertrouwen gekregen in mijzelf. Als je maar wil, dan is alles mogelijk.’

Cindy: ‘Ik geef niet op!’

Cindy Mostaard (29) was jarenlang niet naar school geweest, toen ze besloot alsnog een diploma te gaan halen. Bij Learn2Work leerde ze weer in het schoolritme te komen én werkte ze aan haar zelfvertrouwen.

‘Tijdens mijn opleiding bij PRO Almere liep ik stage in het restaurant van de Hema. Daar kon ik naderhand blijven werken. Twee jaar later brak de financiële crisis uit en werd mijn contract helaas niet verlengd. Ik heb tweeënhalf jaar thuis gezeten. Dat was echt heel lang, het maakte me depressief. Gelukkig kon ik daarna aan de slag in de bar van Doenersdreef Zorg, maar ook dat werk stopte na twee jaar. Opnieuw zat ik thuis. Het UWV adviseerde me om een diploma te gaan halen op mbo1-niveau. Maar omdat ik al zo lang niet meer naar school was geweest, verwees het ROC mij door naar Learn2Work.

Iedereen accepteert je

Bij Learn2Work heb ik geleerd om weer in het schoolritme te komen. En dat was echt wel even wennen! Er wordt hier heel erg gekeken wat je zelf wil en wat je nodig hebt. Ik kreeg verschillende schoolvakken, maar ik heb ook gewerkt aan mijn zelfvertrouwen. Vroeger ben ik veel gepest, waardoor ik erg onzeker was. Ik kan nu veel beter voor mezelf opkomen. Dat heb ik geleerd van mijn coach Daniëlle. Het klikte vanaf dag één en ze was er altijd voor me. Ik kon over alles met haar praten, ze vond niks gek. Bij Learn2Work heb ik het erg naar mijn zin gehad. De sfeer was goed. Je mag er jezelf zijn, iedereen accepteert je zoals je bent.

Na Learn2Work werd ik toegelaten tot de Entree-opleiding van het ROC. Dat is een heel brede opleiding van één jaar. Die heb ik inmiddels afgerond en nu zit ik in het eerste jaar van de opleiding Medewerker Dierenverzorger bij Aeres VMBO in Almere.

Ik kan altijd op haar rekenen

Ook nu kan ik nog steeds bij Daniëlle terecht. Toen ik net was begonnen aan de Entree-opleiding, had ik vooral moeite met het vak Nederlands. Daniëlle heeft meteen bijles voor me geregeld. Nu kan ik wel wat extra hulp bij Engels gebruiken, en ook dat is ze voor me aan het regelen. De begeleiding van Learn2Work stopt dus niet als je bent uitgestroomd. Ik woon op mezelf en het is soms best lastig om het huishouden en school met elkaar te combineren. Maar ik weet dat ik altijd op Daniëlle kan rekenen. Dat is een fijne gedachte.

Zonder Learn2Work zou ik nu nog in de horeca werken, of misschien nog steeds thuiszitten met een uitkering. Ik kijk nooit zo naar de toekomst, ik richt me liever op het hier en nu. Maar straks hoop ik een baan te vinden die ik écht leuk vind. Waar ik kan werken met dieren, want dat wil ik het allerliefst. Ik ben nu op zoek naar een stageplek en dat is niet makkelijk in coronatijd. Maar ik geef niet op, ik weet waar ik het voor doe.’

Trijntje Kootstra: ‘Huiselijk geweld stopt niet vanzelf’

Interview met Trijntje Kootstra, projectleider over Geweld hoort nergens thuis

‘’Mijn naam is Trijntje Kootstra en ik ben de projectleider van Geweld hoort nergens thuis (GHNT). Geweld hoort nergens thuis is een landelijk programma vanuit de ministeries van VWS en Justitie en Veiligheid. Het programma wordt heel bewust op regionaal niveau uitgevoerd. Op die manier kan goed worden aangesloten bij wat er in de regio’s nodig is. In heel Nederland zijn 28 regionale projectleiders aangesteld, waarbij meestal de regio van Veilig Thuis is aangehouden. Bij ons ook, ik werk voor heel Flevoland. Over dit programma lees je alles in het interview. Wat houdt projectleiding van GHNT in? Waarom is het belangrijk dat mensen hierover lezen? En wat is mijn drijfveer?

GHNT is eind 2018 gestart en loopt tot eind 2021, met nog een borgingsjaar in 2022. Het programma kent drie actielijnen: 

  1. Eerder en beter in beeld, 
  2. Stoppen en duurzaam oplossen en 
  3. Aandacht voor specifieke groepen. 

Aan elke actielijn zijn speerpunten verbonden. Het was aan de regio zelf om te bepalen welke speerpunten voor de eigen regio prioriteit hebben. Flevoland heeft de afgelopen drie jaar in nauwe samenwerking tussen gemeenten, ketenpartners en ervaringsdeskundigen hard gewerkt aan tien speerpunten. Dan kun je denken aan het versterken van het lokale veld en Veilig Thuis, het bespreekbaar maken van geweld, versterken van de opvang, Multidisciplinaire Aanpak (MDA++), de trauma aanpak, plegeraanpak en meer aandacht voor ouderenmishandeling, kwetsbare kinderen, complexe scheidingen en mensenhandel.

Waarom is het belangrijk dat collega’s en inwoners over GHNT lezen? 

Huiselijk geweld stopt niet vanzelf. Dat blijkt uit alle onderzoeken en ook uit de dagelijkse praktijk. En het is ook heel dichtbij: elk jaar krijgen 200.000 volwassenen in Nederland te maken met huiselijk geweld en worden tussen de 90.000 en 127.000 kinderen mishandeld. Dat zijn gigantische aantallen, bij kindermishandeling gemiddeld één kind per klas. Dit betekent dat de kans heel groot is dat je als inwoner van Almere of als collega binnen de gemeente iemand in je eigen omgeving hebt die slachtoffer is van huiselijk geweld. Of dat er in de klas van je kinderen een kind zit dat thuis mishandeld wordt. Of misschien maak je het zelf wel mee.

Zeker in tijden van Corona is het belangrijk dat mensen alert zijn op signalen in hun eigen omgeving dat het niet goed gaat met mensen. Vraag ernaar, maak het bespreekbaar, hoe moeilijk dat ook kan zijn. Je kunt echt het verschil maken! Dat hoor je ook steeds terug van slachtoffers, zowel kinderen als volwassenen: had er maar iemand gevraagd hoe het écht met me ging.

Waar ligt jouw drijfveer? 

Ik ben een projectleider in hart en nieren, ik hou ervan om te pionieren en zoek daarbij steeds de samenwerking. Ik besef heel sterk dat je dingen in je eentje niet voor elkaar krijgt. Huiselijk geweld en kindermishandeling is één van de grootste problemen in onze samenleving en daar wil ik me graag hard voor maken! Daarbij vind ik het mooi om te merken dat organisaties en mensen in Flevoland écht willen samenwerken om huiselijk geweld en kindermishandeling aan te pakken en duurzaam te stoppen. Die pioniersgeest zit hier echt!
Als projectleider zie ik mijn taak vooral als verbinder en pionier. Wat hebben we al, welke uitdagingen liggen er en waarmee willen we aan de slag? Dan kijken we naar de speerpunten. En werken we nauw samen met de ketenpartners, want daar halen we veel kennis vandaan. Op die manier hebben we de afgelopen drie jaar veel innovatieve projecten ontwikkeld en ingebed in de reguliere structuur.

Hoe doen we het nu als gemeente als we het hebben over GHNT? 

We hebben de afgelopen drie jaar veel bereikt binnen GHNT. Dat geldt voor Almere, maar ook voor de andere gemeenten en de ketenpartners. Want GHNT is echt een regionaal programma dat we samen uitvoeren. 
Er zijn veel resultaten geboekt,  hieronder wordt de top vier benoemd:

1.Drakentemmers is opgericht om de expertise op het gebied van trauma en gehechtheid te vergroten. Kinderen en volwassenen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld of kindermishandeling kampen vaak met trauma-gerelateerde klachten. Ook bij veel plegers speelt trauma en gehechtheid een rol. Drakentemmers is een expertiseplatform voor behandelaren trauma en gehechtheid. Dit is opgezet door Blijf Groep en GHNT-regio’s in Flevoland en Noord-Holland, in 2021 uitgerold in 18 regio’s en vanaf 2022 gaan we landelijk! Binnen Drakentemmers brengen we traumabehandelaren bij elkaar om hun expertise te vergroten en ze ook te matchen aan instellingen die een behandelaar nodig hebben, zoals bijv. de vrouwenopvang, maatschappelijke opvang of MDA++.

2. MDA++: we hebben een aanpak ontwikkeld voor de meest complexe gezinnen die met huiselijk geweld en kindermishandeling te maken hebben en waarbij niets lijkt te werken. Binnen MDA++ wordt vanuit verschillende disciplines en sectoren en samen met het gezin, naar een oplossing gezocht om de situatie weer veilig te maken.

3. Op tijd erbij in de wijk: in Almere, Lelystad, Noordoostpolder en op Urk werken specialisten van Blijf Groep en Zorggroep Oude en Nieuwe Land samen met medewerkers van wijkteams, gemeente of welzijnsorganisaties. Zij gaan samen op een gezin af waar huiselijk geweld en kindermishandeling speelt en bieden de hulp ook samen aan. Op die manier proberen we er zo snel mogelijk bij te zijn om (verdere) escalatie te voorkomen. Dit doen we in nauwe samenwerking met Veilig Thuis. In Almere werken we hierbij samen met de maatschappelijk werkers van De Schoor binnen de wijkteams in Almere Haven en Almere Buiten.

4. Ouderenmishandeling: we hebben een interactieve training ontwikkeld en in heel Flevoland gegeven voor mensen uit de thuiszorg, wijkverpleegkundigen, huisartsen, vrijwilligers en anderen die veel met ouderen in aanraking komen. Om ouderenmishandeling op tijd te herkennen en in te grijpen. Hier gaan we in 2022 mee door, belangstellenden kunnen zich melden bij a.spinverberg dit@zorggroep-onl.nl

Volgend jaar is het borgingsjaar van GHNT. Verreweg de meeste projecten binnen GHNT worden dit jaar al afgerond. Het wijkproject en het scholenproject lopen nog door in 2022 en het platform Drakentemmers wordt landelijk uitgerold onder projectleiderschap van de Blijf Groep. Wat we de afgelopen drie jaar samen hebben opgebouwd moeten we borgen en de mooie projecten en de nieuwe aanpak op verschillende terreinen structureel inbedden. Daarover zijn we volop in gesprek met de gemeenten en de betrokken ketenpartners. 

Ook wordt op landelijk niveau een link gelegd tussen GHNT en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Die verbinding moet ook regionaal tot stand worden gebracht. Ik blijf me daar graag voor inzetten!

Interview met Usha van CSG over Dag tegen Kindermisbruik

19 November is de Internationale Dag tegen Kindermisbruik. Als kind heb je recht op een veilig en gezond leven. Je moet beschermd worden tegen mishandeling, geweld en uitbuiting. Over deze dag is Usha van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) geïnterviewd. Wat houdt Coördinator en Casemanager bij CSG in? Op welke manier kom je bij het CSG met kindermisbruik in aanraking? En wat is haar drijfveer?

‘’Mijn naam is Usha, in 2012 afgestudeerd als HBO-verpleegkundige en sindsdien werkzaam bij de GGD als verpleegkundige M&G Seksuele Gezondheid. In 2016 ben ik naast mijn verpleegkundige taken bij de GGD begonnen als casemanager en coördinator voor het Centrum Seksueel Geweld (CSG).”

Coördinator en casemanager

Als coördinator voor het Centrum Seksueel Geweld Flevoland & Gooi en Vechtstreek ben ik contactpersoon voor gemeenten, convenantpartners en overige stakeholders. Ik ben verantwoordelijk voor het operationele reilen en zeilen van het CSG en ik denk mee in de doorontwikkeling van het CSG volgens de landelijke ontwikkelingen. Daarnaast ben ik het centrale aanspreekpunt voor de casemanagers en de piketverpleegkundigen. Dit doe ik samen met mijn collega Charlie van der Weijden.

Als casemanager bied ik hulpverlening aan slachtoffers van een verkrachting en/of aanranding. Een casemanager is de schakel tussen de verschillende disciplines en instanties waar een slachtoffer mee te maken kan krijgen. Denk bijvoorbeeld aan medische hulpverleners, de politie, psychologen, advocaten, Slachtofferhulp en Veilig Thuis. Ik ben direct na de melding voor een periode van ten minste 4 weken en maximaal 7 maanden betrokken bij het organiseren en coördineren van zorg. Hierin wordt wel onderscheid gemaakt tussen een acute melding en een niet-acute melding. Een acute melding is een voorval van 7 dagen of korter geleden.

Op welke manier kom je bij het CSG met kindermisbruik in aanraking?

Binnen het Centrum Seksueel Geweld zien we kindermisbruik wanneer er ook sprake is van seksueel misbruik. Helaas komt seksueel misbruik bij kinderen in de meeste gevallen te laat aan het licht. In verhouding zien we bij het CSG weinig aanmeldingen in de acute fase. De meeste meldingen zijn niet-acuut, het seksueel misbruik is al een langere tijd gaande of heeft zich in het (verre) verleden afgespeeld. Het CSG richt zich primair op hulpverlening aan slachtoffers van acute gevallen van seksueel geweld (<7 dagen geleden). Ook na 7 dagen kan het CSG helpen, alleen is de zorg dan anders ingericht en zijn we meer ondersteunend bij het vinden van de juiste hulp veelal via de reguliere zorg.

Cliënten bij het CSG

Het CSG is er voor iedereen ongeacht leeftijd, afkomst, gender en geaardheid. Uit cijfers van seksueel geweld in Nederland weten we dat;

  • 90% van de slachtoffers een vrouw is;
  • 1 op de 8 van de slachtoffers eerder seksueel geweld heeft meegemaakt;
  • het verkrachtingsrisico tussen de 12 en 24 jaar 4 keer zo groot is;
  • 30% van de misbruikte kinderen geen signalen van seksueel misbruik vertoont.

Wat kunnen wij als samenleving doen om kindermisbruik tegen te gaan?

Seksueel misbruik komt overal in de samenleving voor. Ik denk dat wij als samenleving nog veel kunnen doen om kindermisbruik tegen te gaan. Misschien kunnen wij niet tegengaan dat er seksueel misbruik plaatsvindt. Wel kunnen we de zorg voor slachtoffers van seksueel misbruik verbeteren. Het is belangrijk dat een kind weet dat hij/zij er over mag praten. En dat het kind het aan iemand mag vertellen die hij/zij vertrouwt. Diegene kan ervoor zorgen dat het stopt. Benadruk aan het kind: “Jij hebt niks verkeerd gedaan, het ligt niet aan jou. Dit is niet hoe het thuis hoort te zijn, en niemand mag op die manier aan jou zitten. Dus wat jou ook wordt verteld: het is niet normaal en – het állerbelangrijkste – het is niet jouw schuld.”

Meer tips over hoe om te gaan met de situatie is te vinden op de website van het CSG centrumseksueelgeweld.nl. Bekijk ook de vlogs op centrumseksueelgeweld.nl/vlogs/.

Drijfveer

Ik vind het belangrijk dat een slachtoffer van seksueel geweld niet van het kastje naar de muur wordt gestuurd en vastloopt in de hulpverlening. Het geeft een goed gevoel om een bijdrage te kunnen leveren aan de verbetering van de zorgverlening voor personen die seksueel misbruik hebben meegemaakt. Dat ik mensen een stapje op weg kan helpen naar herstel en een positieve toekomstperspectief.’’