Informatie- en dialoogbijeenkomst Wmo-ondersteuning

Op 24 mei vond er een informatie- en dialoogbijeenkomst plaats over de inkoop van ondersteuning aan volwassenen via de Wmo. De gemeente is voornemens vanaf 2018 de inkoop via profielen vorm te geven in plaats van via separate producten. In januari van dit jaar heeft hierover een eerste informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Samen met een aantal aanbieders zijn ondersteuningsprofielen ontwikkeld. Hiermee wil de gemeente komen tot:

  • meer samenhang tussen (lichte) vormen van ondersteuning;
  • meer eigen regie voor cliënten;
  • meer flexibiliteit en ruimte voor aanbieders;
  • minder administratieve lasten voor aanbieders en gemeente;
  • samenwerking met het voorliggende veld en aanbieders onderling.

Achtergrond en consequenties ondersteuningsprofielen

Tijdens de bijeenkomst van 24 mei stonden wij opnieuw stil bij de aanleiding, het gedachtegoed en de werkwijze van de ondersteuningsprofielen. Daarnaast kwamen de consequenties voor u als aanbieder aan bod. Wij hebben de bijeenkomst benut om met u in gesprek te gaan over de inrichting van een optimale aanbesteding en een vruchtbare samenwerking. Specifiek hebben wij u geconsulteerd op de volgende thema’s:

  • de perceelindeling tijdens de inkoop;
  • het faciliteren van samenwerking tussen u als aanbieders.

De presentatie die tijdens de bijeenkomst is gegeven, vindt u in de rechterkolom op deze pagina. Hieronder zijn veelgestelde vragen met de bijbehorende antwoorden te vinden. 

Totstandkoming ondersteuningsprofielen

Welke ondersteuning valt binnen de scope van ondersteuningsprofielen?
Hulp bij het huishouden, individuele begeleiding en (niet-)arbeidsmatige dagbesteding. Kortdurend verblijf, beschut werk en vervoer vallen niet binnen de scope, maar krijgen waar nodig wel expliciete aandacht in het keukentafelgesprek. 

Welke profielen zijn er en hoe zijn ze opgebouwd?
Samen met aanbieders heeft de gemeente vijf profielen ontwikkeld:

  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door psychosociale problemen of van (een vermoeden van) psychische problemen;
  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door een (vermoeden van) een lichte verstandelijke beperking;
  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door cognitieve achteruitgang en of (een vermoeden) van dementie (psychogeriatrische problemen);
  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door lichamelijke achteruitgang (mogelijk door een lichamelijke beperking, neurologische aandoening, een chronische ziekte of niet-aangeboren hersenletsel);
  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door een zintuiglijke beperking.

Ieder profiel is onderverdeeld in drie pakketten die oplopen in zwaarte. Het ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door een zintuiglijke beperking is hier een uitzondering op. Dit profiel bestaat uit één pakket.

Het profiel en pakket geven een algemene indruk van de kenmerken van de betreffende cliënten. Daarnaast bieden ze zicht op het perspectief en de doelen van de cliënten en de verwachte duur van de ondersteuning. 

Zijn unieke inwoners wel in een profiel te passen?
Een ondersteuningsprofiel kan het gevoel oproepen van ‘hokjes- en vakjesdenken’. Toch zijn ondersteuningsprofielen geen vastomlijnde kaders waarin iedere Almeerder met een hulpvraag moet passen. Bovendien hebben cliënten binnen een profiel ook niet per se dezelfde hulpvragen. Ondersteuningsprofielen helpen de wijkteams om een inwoner snel naar de juiste aanbieder te verwijzen en geven aanbieders de ruimte om unieke inwoners te bieden wat zij specifiek nodig hebben. Bij het gedachtegoed en de werkwijze van ondersteuningsprofielen gelden dan ook de volgende uitgangspunten:

  • Ondersteuningsprofielen schetsen een beeld van de hulpvragen van inwoners.
  • Ondersteuningsprofielen zijn dus niet één-op-één op inwoners te leggen. 
  • Niet iedere inwoner past (bijvoorbeeld vanwege zeer complexe problemen) in een profiel.

Waarom kiest de gemeente voor ondersteuningsprofielen?
Ondersteuningsprofielen bieden de mogelijkheid om ondersteuning integraal en afgestemd vorm te geven en bieden veel ruimte voor maatwerk. Dit betekent dat:

  • inwoners met een hulpvraag één aanspreekpunt hebben voor de ondersteuning binnen de profielen. Aanbieders werken namelijk (waar nodig) samen om huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en/of (niet-)arbeidsmatige dagbesteding gecombineerd te kunnen bieden;
  • de ondersteuning afgestemd is op de actuele situatie en hulpvraag van de cliënt. Hiervoor hoeft de beschikking niet te worden aangepast. De aanbieder en cliënt hebben namelijk binnen de bandbreedte van een ondersteuningsprofiel de ruimte om samen te bepalen welke ondersteuning nodig is. Dat betekent dat een inwoner meer ondersteuning kan krijgen wanneer het minder goed gaat. En dat de ondersteuning weer minder wordt wanneer het beter gaat. 
  • de inwoner dus samen met de aanbieder bepaalt welke ondersteuning op welk moment nodig is. Waar nodig kan de ondersteuning dus maandelijks of zelfs wekelijks meebewegen met de ondersteuningsbehoefte. 
  • de ene inwoner met een bepaald profiel en pakket op een bepaald moment meer of minder ondersteuning kan krijgen dan een andere inwoner met hetzelfde profiel en pakket. 

Zijn ervaringsdeskundigen betrokken bij de totstandkoming van de profielen?
Het gedachtegoed achter de ondersteuningsprofielen staat beschreven in het beleidsplan ‘Veranderen wat nodig is’. Bij de totstandkoming van dat plan zijn de Adviesraad Sociaal Domein en het BreedOverlegPlus betrokken geweest. De profielen zijn samengesteld door de gemeente en aanbieders. Ze zijn vervolgens ter consultatie voorgelegd aan een cliëntenraad. 

Bij de implementatie van de ondersteuningsprofielen in 2018 is er veel aandacht voor het monitoren van cliënttevredenheid. Het is immers de bedoeling dat de profielen leiden tot een meer passende en flexibele inzet van ondersteuning. De monitoring dient als inbreng voor een bredere evaluatie van de werkwijze met ondersteuningsprofielen. De cliënttevredenheidscijfers kunnen ook inzicht geven in de prestaties van (combinaties van) aanbieders. 

Waarom staat bij bepaalde profielen een minimale duur van de beschikking aangegeven? Is dit niet aan de aanbieder om te bepalen wat passend is voor een cliënt?
Wat de gemeente betreft vervallen de minimumtijden in de profielen. 

Zijn ondersteuningsprofielen een nieuwe manier om te bezuinigen?
Nee, de invoering van de ondersteuningsprofielen is geen bezuinigingsmaatregel. 

Kan ik als aanbieder meedenken over de verdere ontwikkeling en invoering van de ondersteuningsprofielen? 
Ja, dat kan. Er staat een dialoogsessie gepland op 6 juli. Op 15 juni heeft al een dergelijke sessie plaatsgevonden.

Samenwerking tussen aanbieders

Wie bepaalt de tarieven voor aanbieders die zich aansluiten bij een samenwerkingsverband? De gemeente of de aanbieder die het contract aangaat met de gemeente?

Op het moment dat de aanbesteding start (medio september), maakt de gemeente tarieven bekend per profiel en per pakket. De gemeente stelt daarnaast mogelijk minimumtarieven vast die samenwerkende partijen aan elkaar doorberekenen. Wel consulteert de gemeente aanbieders over hoe zij kan faciliteren dat er goed georganiseerde samenwerkingsverbanden ontstaan. Dit gebeurt onder andere tijdens een dialoogsessie op 6 juli. Op 15 juni heeft al een dergelijke sessie plaatsgevonden.

Blijft er ruimte voor kleinere aanbieders?

Kleinere aanbieders kunnen zich aansluiten bij een samenwerkingsverband met grotere of andere kleinere partijen. De gemeente is voorstander van onderlinge samenwerking en van keuzevrijheid voor cliënten. Kleinere aanbieders kunnen soms veel meerwaarde bieden aan cliënten vanwege bepaalde specialismen. 

In bredere zin geldt dat de gemeente niet gaat voorschrijven hoe samenwerkingsverbanden eruit moeten zien. Wel willen wij faciliteren dat er goed georganiseerde samenwerkingsverbanden tussen aanbieders ontstaan. 

Vergoedt de gemeente extra kosten die voortvloeien uit de nieuwe werkwijze?

De gemeente onderzoekt hoe zij omgaat met het vergoeden van extra werkzaamheden als regievoering, administratie, facturatie en afstemming met samenwerkingspartijen en andere aanbieders.

Aanbesteding

Moet ik mij aanmelden om deel te nemen aan de aanbesteding?
Nee, de aankondiging verloopt via TenderNed. U vindt daar alle inkoopdocumenten vanaf medio september (week 37). Daarna kunt u zich inschrijven.

Hoe zien de inkoopprocedure en de bijbehorende planning eruit?
Meer informatie hierover vindt u op de pagina over inkoop en subsidies.

Wanneer vindt de gunning van de opdracht plaats? 
De gunning vindt rond 1 januari 2018 plaats. De feitelijke instroom van cliënten via de methodiek van ondersteuningsprofielen vindt plaats vanaf het tweede of derde kwartaal van 2018. Dit najaar (september of oktober) hopen we een meer specifieke invoeringsdatum te kunnen noemen. Die is onder andere afhankelijk van de herinrichting van systemen en werkprocessen. Tot aan de invoeringsdatum verandert er niets voor cliënten met een lopende indicatie. En voor nieuwe cliënten geldt dat zij nog ondersteuning krijgen op basis van het bestaande ondersteuningsaanbod.

Wat gebeurt er met de huidige contracten voor hulp bij het huishouden, individuele begeleiding en (niet-)arbeidsmatige dagbesteding?
Deze contracten lopen door voor maximaal drie keer drie maanden, onder voorwaarde van akkoord van de betreffende aanbieders. Dit geldt ook voor de contracten voor beschut werk.

Voor welke duur worden er na de aanbesteding contracten afgesloten?
Voor twee jaar met twee opties voor een verlenging van een jaar. 

Is er nagedacht over een andere vorm van contracteren dan aanbesteden?
Een aanbesteding is binnen het sociaal domein een wettelijke verplichting voor overheidsopdrachten met een waarde vanaf 750.000 euro. Het Almeerse aanbestedingsbeleid volgt de wettelijke bepalingen op dit vlak. 

Geldt de aanbesteding voor een heel profiel of is er een onderverdeling mogelijk?
Het voornemen is om elk profiel te laten gelden als een aanbestedingsperceel. Schrijft een aanbieder in op een perceel, dan moet hij (al dan niet in samenwerking met andere organisaties) de ondersteuning binnen dat hele perceel kunnen bieden.

Kan ik mijn diensten als aanbieder ook aan blijven bieden via persoonsgebonden budgetten?
Ja, dat kan. Overigens kunnen cliënten de ondersteuning via profielen alleen afnemen via zorg in natura.

Administratieve lasten

Heeft de gemeente al scherp waar zij op wil gaan monitoren?
Op dit moment alleen in globale zin. Het uitgangspunt is om alleen gegevens uit te vragen bij aanbieders waar de gemeente ook echt iets mee doet. De monitoringsgegevens vormen de basis voor de dialoog tussen gemeente en aanbieders gedurende de contractperiode.

Moet ik op een andere manier factureren dan voorheen en/of heb ik andere systemen nodig? 
Facturatie gaat straks op basis van een vast maandbedrag per cliënt in plaats van geleverde uren/dagdelen ondersteuning. Dat verloopt straks nog steeds via Stipter. Het is op dit moment nog niet duidelijk of er andere zaken gaan veranderen in administratieve procedures. Hierover verstrekt de gemeente in de inkoopdocumenten meer informatie.

Integraal werken

Heeft de gemeente nagedacht over ontschotting tussen profielen?
Een profiel is het ‘best passend’ voor een cliënt. Wanneer tijdens de ondersteuning blijkt dat een ander profiel ‘best passend’ is, kan de cliënt van profiel wisselen. De beschikking wordt hierop aangepast. Bij een wisseling van aanbieder zorgt de aanvankelijk betrokken aanbieder voor een warme overdracht richting de nieuwe aanbieder.

Wat gebeurt er als twee personen in een huishouden een ondersteuningsbehoefte hebben? Bijvoorbeeld een echtpaar bij wie één persoon dementie heeft en de andere persoon een fysieke beperking?
De profielen zijn op dit moment gebaseerd op een individuele ondersteuningsbehoefte. In dit geval krijgt dit huishouden dus twee beschikkingen. Bij het bepalen van de behoefte is wel oog voor de situatie binnen het huishouden en sociale netwerk. 

Hoe verloopt het contact met aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het profiel vallen?
Aanbieders van een profiel hebben de verantwoordelijkheid om waar nodig af te stemmen met de aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het profiel vallen (bijvoorbeeld vrij toegankelijke ondersteuning in de wijk of de schuldhulpverlening). Bovendien stimuleert de aanbieder de cliënt om gebruik te maken van deze ondersteuningsvormen. De aanbieder heeft daarmee een motiverende en waar nodig signalerende rol. Dit bevordert de integraliteit van de ondersteuning.

Impact op inwoners

Wat betekenen de ondersteuningsprofielen voor de keuzevrijheid van cliënten?
De keuzevrijheid hangt enerzijds af van het aantal aanbieders dat een inschrijving doet op de aanbesteding en vervolgens een contract krijgt. Anderzijds hangt de keuzevrijheid af van de samenwerkingsverbanden die aanbieders onderling aangaan. De keuze voor een bepaalde aanbieder binnen een profiel, betekent ook de keuze voor de samenwerkingspartners van die aanbieder.

Hoe krijgt een cliënt een ondersteuningsprofiel en pakket toegewezen?
Wanneer een Almeerder ondersteuning nodig heeft, vindt er een keukentafelgesprek plaats met een wijkwerker. Op basis van dit keukentafelgesprek maakt de wijkwerker samen met de persoon in kwestie een aanzet tot een persoonlijk ondersteuningsplan. Als het mogelijk is, doet de cliënt dit grotendeels zelf. In de aanzet tot het persoonlijk ondersteuningsplan staat welke algemeen toegankelijke ondersteuning de cliënt kan gebruiken. Is er aanvullende ondersteuning nodig, dat staat beschreven welk ondersteuningsprofiel en onderliggend pakket het beste aansluit bij de hulpvraag van de cliënt. De cliënt kiest vervolgens een van de gecontracteerde aanbieders uit. Aanbieder en cliënt werken samen de aanzet tot het persoonlijk ontwikkelplan verder uit. 

Wat als de cliënt het niet eens is met het profiel en/of pakket dat de wijkwerker toekent?
Het is denkbaar dat de wijkwerker en cliënt het samen niet eens zijn over het in te zetten profiel en pakket. In dat geval kijkt een tweede wijkwerker mee volgens het ‘vierogenprincipe’. Als dit geen overeenstemming geeft, stelt de wijkwerker een beschikking op met het voorgestelde profiel en pakket en het gemiddelde aantal uren/dagdelen waar het pakket op is gebaseerd. Op basis van deze beschikking kan de cliënt een bezwaar indienen. 

Hoe verloopt het contact tussen cliënt en aanbieder na het keukentafelgesprek?
Na het keukentafelgesprek en de indeling in het meest passende profiel en pakket kiest de cliënt voor een bepaalde aanbieder (of een samenwerkingsverband van aanbieders). De aanbieder houdt een intakegesprek met de cliënt: wat is er, gezien de leefsituatie van de cliënt, concreet nodig, in welke tijd en met welke flexibiliteit? De gemaakte afspraken (een uitgewerkt persoonlijk ondersteuningsplan) gaan ter toetsing terug naar de wijkwerker en worden vastgelegd in de beschikking. De afspraken in de beschikking zijn een richtlijn. Aanbieder en cliënt kunnen in onderlinge afstemming afwijken van de beschreven inzet, mits dit binnen de inhoudelijke bandbreedtes van het profiel en pakket blijft. 

Hoe weet een cliënt (ook in juridische zin) waar hij of zij op kan rekenen?
In de aanzet tot het persoonlijk ondersteuningsplan dat de wijkwerker met de cliënt opstelt, staan globale doelen genoemd. Samen met de aanbieder werkt de cliënt deze doelen meer concreet uit in het definitieve persoonlijk ondersteuningsplan. Hier volgt ook een verwachte gemiddelde inzet van de ondersteuning uit. De gemaakte afspraken tussen cliënt en aanbieder  zijn onderdeel van de beschikking van de cliënt. Die afspraken bieden houvast over wat de cliënt kan verwachten. Het is ook de basis voor eventueel bezwaar en beroep. 

De afspraken in de beschikking bevatten overigens de verwachte gemiddelde inzet over een bepaalde periode. De aanbieder heeft voortdurend de ruimte om af te wijken van deze gemiddelde inzet (en om te schuiven tussen vormen van ondersteuning), zolang dit in goed overleg met de cliënt gebeurt. Is de cliënt het niet eens met de daadwerkelijke inzet, dan kan hij of zij dit bij de wijkwerker melden en in juridische zin terugvallen op de gemiddelde verwachte inzet die in de beschikking is vastgelegd.

Mag een aanbieder minder uren inzetten dan het verwachte aantal in de beschikking?
Jazeker, als dat aansluit bij de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de cliënt.

Wat als een cliënt en aanbieder het niet eens worden over de te verlenen ondersteuning?
In dat geval kan de cliënt of aanbieder naar de wijkwerker gaan om een heroverweging aan te vragen. De wijkwerker onderzoekt of:

  • de inschatting van de aanbieder over de verwachte in te zetten ondersteuning onvoldoende is; 
  • er geen match is tussen cliënt en aanbieder;
  • het profiel of pakket niet passend is. 

In de eerste twee gevallen gaat de wijkwerker het gesprek aan met de cliënt en aanbieder om tot een passende oplossing te komen (waaronder mogelijk een keuze voor een andere aanbieder). In het laatste geval wordt de cliënt opnieuw geïndiceerd.

Ontstaat er een verschil van mening wanneer de ondersteuning al loopt? Dan kunnen de cliënt en aanbieder terugvallen op de verwachte gemiddelde inzet over een bepaalde periode. Deze informatie staat in de beschikking van de cliënt. Blijft de inwoner ontevreden, dan kan hij of zij terecht bij de wijkwerker. Dit kan leiden tot de keuze voor een andere aanbieder. Wanneer het profiel of pakket niet meer passen blijkt, wordt de cliënt opnieuw geïndiceerd.

Wat als tussentijds blijkt dat een profiel of pakket niet meer passend is?
Wanneer er door (zowel grote als kleine) life-events sprake is van veranderingen in de ondersteuningsbehoefte, past de aanbieder in overleg met de cliënt de ondersteuning aan binnen de grenzen van het profiel en pakket. Wijzigt de situatie van de cliënt zodanig dat het profiel en/of pakket niet meer passend is? Dan gaan de cliënt en aanbieder in gesprek met de wijkwerker om de beschikking aan te passen. 

Wat gebeurt er als iemand als het ware tussen twee profielen in zit?
We gaan ervan uit dat de wijkwerker voor de meeste vragen van cliënten goed uit de voeten kan binnen een van de profielen. Als het nodig is om op een andere manier maatwerk te leveren, dan blijft die mogelijkheid beschikbaar. Er worden deskundigheidsbevordering en intervisie georganiseerd om te komen tot afwegingen waar de cliënt het meeste mee geholpen is.  

Kan een cliënt een persoonsgebonden budget krijgen voor een profiel?
Nee, de profielen zijn gebaseerd op zorg in natura. De werkwijze voor het toekennen van persoonsgebonden budgetten blijft ongewijzigd.

Houdt de gemeente bij de werkwijze met de profielen rekening met inwoners die levenslang ondersteuning nodig hebben?
Jazeker. De ondersteuning in het zwaarste ondersteuningsprofiel heeft een looptijd van drie tot vijf jaar. Dit betekent niet dat de ondersteuning na die periode ophoudt. Na de drie tot vijf jaar volgt er wel een moment om te evalueren of de situatie van de persoon is veranderd en of de geboden ondersteuning nog voldoende passend is.

Hoe communiceert de gemeente met cliënten over de overgangssituatie?
De gemeente koopt de ondersteuningsprofielen in per 2018, maar start pas met de invoering daarvan in het tweede of derde kwartaal van volgend jaar. Dit najaar (september of oktober) hopen we een meer specifieke invoeringsdatum te kunnen noemen. Die is onder andere afhankelijk van de herinrichting van systemen en werkprocessen. Tot aan de invoeringsdatum verandert er niets voor cliënten met een lopende indicatie. En voor nieuwe cliënten geldt dat zij nog ondersteuning krijgen op basis van het bestaande ondersteuningsaanbod. 

De gemeente denkt zorgvuldig na over het moment en de manier waarop cliënten gaan instromen in de nieuwe werkwijze. Hier maakt zij nadere afspraken over met aanbieders en cliëntvertegenwoordigers.

Wat betekenen de profielen voor de eigen bijdrage van cliënten?
De gemeente doet nog onderzoek naar hoe zij de eigen bijdrage toepast op ondersteuning geleverd via profielen.