Ondersteuningsprofielen

De gemeente Almere gaat vanaf 2018 werken met ondersteuningsprofielen (hulp bij het huishouden, dagbesteding en individuele begeleiding) bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Wilt u meer weten over wat dat betekent voor u als aanbieder en voor uw (toekomstige) cliënten? Bekijk dan de veelgestelde vragen en de animatie hieronder.

Gedachtegoed ondersteuningsprofielen

Welke ondersteuning valt binnen de scope van de ondersteuningsprofielen?
Hulp bij het huishouden, individuele begeleiding en (niet-)arbeidsmatige dagbesteding. Kortdurend verblijf, beschut werk en vervoer vallen niet binnen de scope, maar krijgen waar nodig wel expliciete aandacht in het keukentafelgesprek. 

Welke profielen zijn er en hoe zijn ze opgebouwd?
Samen met aanbieders heeft de gemeente vijf profielen ontwikkeld:

  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door psychosociale problemen of van (een vermoeden van) psychische problemen;
  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door een (vermoeden van) een lichte verstandelijke beperking;
  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door cognitieve achteruitgang en of (een vermoeden) van dementie (psychogeriatrische problemen);
  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door lichamelijke achteruitgang (mogelijk door een lichamelijke beperking, neurologische aandoening, een chronische ziekte of niet-aangeboren hersenletsel);
  • een ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door een zintuiglijke beperking.

Ieder profiel is onderverdeeld in drie pakketten die oplopen in zwaarte. Het ondersteuningsprofiel gericht op personen met hulpvragen door een zintuiglijke beperking is hier een uitzondering op. Dit profiel bestaat uit één pakket.

Het profiel en pakket geven een algemene indruk van de kenmerken van de betreffende cliënten. Daarnaast bieden ze zicht op het perspectief en de doelen van de cliënten en de verwachte duur van de ondersteuning. 

Waarom kiest de gemeente voor ondersteuningsprofielen?
Ondersteuningsprofielen bieden de mogelijkheid om ondersteuning integraal en afgestemd vorm te geven en bieden veel ruimte voor maatwerk. Dit betekent dat:

  • inwoners met een hulpvraag één aanspreekpunt hebben voor de ondersteuning binnen de profielen. Aanbieders werken namelijk (waar nodig) samen om huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en/of (niet-)arbeidsmatige dagbesteding gecombineerd te kunnen bieden;
  • de ondersteuning afgestemd is op de actuele situatie en hulpvraag van de cliënt. Hiervoor hoeft de beschikking niet te worden aangepast. De aanbieder en cliënt hebben namelijk binnen de bandbreedte van een ondersteuningsprofiel de ruimte om samen te bepalen welke ondersteuning nodig is. Dat betekent dat een inwoner meer ondersteuning kan krijgen wanneer het minder goed gaat. En dat de ondersteuning weer minder wordt wanneer het beter gaat. 
  • de inwoner dus samen met de aanbieder bepaalt welke ondersteuning op welk moment nodig is. Waar nodig kan de ondersteuning dus maandelijks of zelfs wekelijks meebewegen met de ondersteuningsbehoefte. 
  • de ene inwoner met een bepaald profiel en pakket op een bepaald moment meer of minder ondersteuning kan krijgen dan een andere inwoner met hetzelfde profiel en pakket. 

Zijn unieke inwoners wel in een profiel te passen?
De ondersteuningsvraag van de inwoner is leidend. Op basis hiervan en op basis van de kenmerken van de inwoner wordt het meest passende profiel en pakket gekozen samen met de wijkwerker (en eventuele cliëntondersteuner). Bij inwoners met meerdere ondersteuningsvragen en uiteenlopende kenmerken wordt bekeken welke ondersteuningsvraag en kenmerken het zwaarst wegen en welke specifieke expertise daarvoor nodig. Er komen sessie voor deskundigheidsbevordering en intervisie voor wijkwerkers en aanbieders om te komen tot afwegingen waar de inwoner het meeste mee geholpen is.  

Heeft de gemeente nagedacht over ontschotting tussen profielen?
Een profiel is het ‘best passend’ voor een cliënt. Wanneer tijdens de ondersteuning blijkt dat een ander profiel ‘best passend’ is, kan de cliënt van profiel wisselen. De beschikking wordt hierop aangepast. Bij een wisseling van aanbieder zorgt de aanvankelijk betrokken aanbieder voor een warme overdracht richting de nieuwe aanbieder.

Wat gebeurt er als twee personen in een huishouden een ondersteuningsbehoefte hebben? Bijvoorbeeld een echtpaar bij wie één persoon dementie heeft en de andere persoon een fysieke beperking?
De profielen zijn op dit moment gebaseerd op een individuele ondersteuningsbehoefte. In dit geval krijgt dit huishouden dus twee beschikkingen. Bij het bepalen van de behoefte is wel oog voor de situatie binnen het huishouden en sociale netwerk. 

Hoe verloopt het contact met aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het profiel vallen?
Aanbieders van een profiel hebben de verantwoordelijkheid om waar nodig af te stemmen met de aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het profiel vallen (bijvoorbeeld vrij toegankelijke ondersteuning in de wijk of de schuldhulpverlening). Bovendien stimuleert de aanbieder de cliënt om gebruik te maken van deze ondersteuningsvormen. De aanbieder heeft daarmee een motiverende en waar nodig signalerende rol. Dit bevordert de integraliteit van de ondersteuning.

Zijn ervaringsdeskundigen betrokken bij de totstandkoming van de profielen?
Het gedachtegoed achter de ondersteuningsprofielen staat beschreven in het beleidsplan ‘Veranderen wat nodig is’. Bij de totstandkoming van dat plan zijn de Adviesraad Sociaal Domein en het BreedOverlegPlus betrokken geweest. De profielen zijn samengesteld door de gemeente en aanbieders. Ze zijn vervolgens ter consultatie voorgelegd aan een cliëntenraad. 

Bij de implementatie van de ondersteuningsprofielen in 2018 is er veel aandacht voor het monitoren van cliënttevredenheid. Het is immers de bedoeling dat de profielen leiden tot een meer passende en flexibele inzet van ondersteuning. De monitoring dient als inbreng voor een bredere evaluatie van de werkwijze met ondersteuningsprofielen. De cliënttevredenheidscijfers kunnen ook inzicht geven in de prestaties van (combinaties van) aanbieders. 

Zijn ondersteuningsprofielen een nieuwe manier om te bezuinigen?
Nee, de invoering van de ondersteuningsprofielen is geen bezuinigingsmaatregel.

Wordt de scope van de profielen verbreed?
De gemeente onderzoekt of het mogelijk en wenselijk is om de scope van de profielen te verbreden naar andere vormen van ondersteuning binnen de Wmo en de Jeugdwet. 

Aanbesteding

Moet ik mij aanmelden om deel te nemen aan de aanbesteding?
Nee, de aankondiging verloopt via TenderNed. U vindt daar alle inkoopdocumenten. 

Waar kan ik meer inhoudelijke informatie vinden?
Alle inhoudelijke informatie vindt u in de inkoopdocumenten op TenderNed, inclusief de gepubliceerde nota's van inlichtingen. 

Wanneer vindt de gunning van de opdracht plaats? 
De gunning vindt rond 1 januari 2018 plaats. De feitelijke instroom van cliënten via de methodiek van ondersteuningsprofielen vindt plaats vanaf het derde kwartaal van 2018. Tot aan de invoeringsdatum verandert er niets voor cliënten met een lopende indicatie. En voor nieuwe cliënten geldt dat zij nog ondersteuning krijgen op basis van het bestaande ondersteuningsaanbod.

Wat gebeurt er met de huidige contracten voor hulp bij het huishouden, individuele begeleiding en (niet-)arbeidsmatige dagbesteding?
Deze contracten lopen door voor maximaal drie keer drie maanden, onder voorwaarde van akkoord van de betreffende aanbieders. Dit geldt ook voor de contracten voor beschut werk.

Voor welke duur worden er na de aanbesteding contracten afgesloten?
Voor twee jaar met twee opties voor een verlenging van een jaar. 

Is er nagedacht over een andere vorm van contracteren dan aanbesteden?
Een aanbesteding is binnen het sociaal domein een wettelijke verplichting voor overheidsopdrachten met een waarde vanaf 750.000 euro. Het Almeerse aanbestedingsbeleid volgt de wettelijke bepalingen op dit vlak. 

Geldt de aanbesteding voor een heel profiel of is er een onderverdeling mogelijk?
Met uitzondering van profiel 4 (voor cliënten met lichamelijke achteruitgang) is ieder profiel een perceel binnen de aanbesteding. Schrijft een aanbieder in op een perceel, dan moet hij (al dan niet in samenwerking met andere organisaties) de ondersteuning binnen dat hele perceel kunnen bieden. Profiel 4 is opgesplitst in twee percelen: perceel 4A voor cliënten met lichamelijke achteruitgang die alleen gebruikmaken van huishoudelijke hulp en perceel 4B voor cliënten met lichamelijke achteruitgang die naast huishoudelijke hulp andere vormen van ondersteuning binnen de profielen nodig hebben. De perceelindeling lichten wij verder toe in de inkoopdocumenten.

Kan ik mijn diensten als aanbieder ook aan blijven bieden via persoonsgebonden budgetten?
Ja, dat kan. Overigens kunnen cliënten de ondersteuning via profielen alleen afnemen via zorg in natura.

Tarieven en samenwerking tussen aanbieders

Hoe betaalt de gemeente aanbieders voor het leveren van diensten?
De gemeente kiest voor outputgerichte bekostiging via een vast tarief per pakket. De gemeente stuurt op resultaten. Aanbieders worden geacht de benodigde ondersteuning binnen het pakket te bieden voor dit vaste tarief. 

Wie bepaalt de tarieven voor aanbieders die zich aansluiten bij een samenwerkingsverband, bijvoorbeeld in het geval van hoofd- en onderaannemerschap?
Aanbieders maken onderling afspraken over de door te bereken tarieven. De gemeente stelt een maximaal bedrag vast dat samenwerkende partijen onderling mogen inhouden voor regiekosten. Voor verdere specificering van de tarieven verwijzen wij u naar de inkoopdocumenten op TenderNed.

Blijft er ruimte voor kleinere aanbieders?
Kleinere aanbieders kunnen zich aansluiten bij een samenwerkingsverband met grotere of andere kleinere partijen. De gemeente is voorstander van onderlinge samenwerking en van keuzevrijheid voor cliënten. Kleinere aanbieders kunnen soms veel meerwaarde bieden aan cliënten vanwege bepaalde specialismen. 

Kleine aanbieders in omvang die wel alle typen ondersteuning bieden (individuele begeleiding, dagbesteding en huishoudelijke hulp) kunnen zelfstandig op een of meer profielen inschrijven.

Kwaliteit en administratieve lasten

Hoe waarborgt de gemeente de kwaliteit van de ondersteuning?
In de beoordeling van de aanbieders in de aanbestedingsprocedure is kwaliteit een belangrijk wegingscriterium. De kwaliteitseisen die de gemeente stelt staan beschreven in de inkoopdocumenten op TenderNed. Daarnaast gaat de gemeente de kwaliteit van de ondersteuning nauw monitoren. De gemeente doet dit via:

  • cliënteninterviews;
  • ‘tellen en vertellen’ bij aanbieders;
  • de monitor sociaal domein (o.a. om zicht te krijgen op zorgebruik);
  • cliënttevredenheidsonderzoek.

Bij de monitoring sluiten we zoveel als mogelijk aan bij al bestaande bronnen en beperken we de administratieve lasten voor aanbieders.

De contractpartner van de gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de samenwerkingspartners (in het geval van een hoofd- en onderaannemerconstructie de hoofdaannemer, in geval van een andere vorm van samenwerking het hoofdaanspreekpunt).

Welke invloed heeft de nieuwe werkwijze op de administratieve lasten voor aanbieders?
In de inkoopdocumenten, waaronder het administratief protocol (in conceptvorm) vindt u meer informatie over het administratief proces (waaronder de toekenning, het berichtenverkeer, facturering, monitoring en verantwoording). 

Impact op inwoners

Wat betekenen de ondersteuningsprofielen voor de keuzevrijheid van cliënten?
De keuzevrijheid hangt enerzijds af van het aantal aanbieders dat een inschrijving doet op de aanbesteding en vervolgens een contract krijgt. Anderzijds hangt de keuzevrijheid af van de samenwerkingsverbanden die aanbieders onderling aangaan. De keuze voor een bepaalde aanbieder binnen een profiel, betekent ook de keuze voor de samenwerkingspartners van die aanbieder.

In de inkoopdocumenten op TenderNed is vastgelegd dat er per inkoopperceel ten minste twee inschrijvers moeten zijn. De gemeenteraad en cliëntvertegenwoordigers kijken na sluiting van de inschrijving mee om te toetsen of de keuzevrijheid van inwoners voldoende gewaarborgd is.

Na de gunning zet de gemeente de deur niet dicht. We hebben de mogelijkheid ingebouwd om ook daarna contracten aan te gaan, op initiatief van de gemeente of van aanbieders. De toelatingscriteria die in dat geval gelden, zijn:

  • de nieuwe opdrachtnemer draagt bij aan de keuzevrijheid van inwoners en/of;
  • het aanbod van de nieuwe opdrachtnemers is aanvullend en van toegevoegde waarde. 

Hoe krijgt een cliënt een ondersteuningsprofiel en pakket toegewezen?
Wanneer een Almeerder ondersteuning nodig heeft, vindt er een keukentafelgesprek plaats met een wijkwerker. Op basis van dit keukentafelgesprek maakt de wijkwerker samen met de persoon in kwestie een aanzet tot een persoonlijk ondersteuningsplan. Als het mogelijk is, doet de cliënt dit grotendeels zelf. In de aanzet tot het persoonlijk ondersteuningsplan staat welke algemeen toegankelijke ondersteuning de cliënt kan gebruiken. Is er aanvullende ondersteuning nodig, dat staat beschreven welk ondersteuningsprofiel en onderliggend pakket het beste aansluit bij de hulpvraag van de cliënt. De cliënt kiest vervolgens een van de gecontracteerde aanbieders uit. Aanbieder en cliënt werken samen de aanzet tot het persoonlijk ontwikkelplan verder uit. 

Hoe verloopt het proces van keukentafelgesprek tot en met een beschikking?
Wanneer een Almeerder ondersteuning nodig heeft, vindt er een keukentafelgesprek plaats met een wijkwerker. Op basis van dit keukentafelgesprek maakt de wijkwerker samen met de persoon in kwestie een persoonlijk ondersteuningsplan. Als het mogelijk is, doet de cliënt dit grotendeels zelf. In dit persoonlijk ondersteuningsplan staat welke algemeen toegankelijke ondersteuning de cliënt kan gebruiken. Is er aanvullende ondersteuning nodig, dat staat beschreven welk ondersteuningsprofiel en onderliggend pakket het beste aansluit bij de hulpvraag van de cliënt.

Na het keukentafelgesprek en de indeling in het meest passende profiel en pakket kiest de cliënt voor een bepaalde aanbieder (of een samenwerkingsverband van aanbieders). De aanbieder houdt een intakegesprek met de cliënt: wat is er, gezien de leefsituatie van de cliënt, concreet nodig, in welke tijd en met welke flexibiliteit? De gemaakte afspraken in een uitgewerkt persoonlijk ondersteuningsplan gaan ter toetsing terug naar de wijkwerker en worden vastgelegd in de beschikking. De afspraken in de beschikking zijn een richtlijn. Aanbieder en cliënt kunnen in onderlinge afstemming afwijken van de beschreven inzet, mits dit binnen de inhoudelijke bandbreedtes van het profiel en pakket blijft.  

Wat als de cliënt het niet eens is met het profiel en/of pakket dat de wijkwerker toekent?
Het is denkbaar dat de wijkwerker en cliënt het samen niet eens zijn over het in te zetten profiel en pakket. In dat geval kijkt een tweede wijkwerker mee volgens het ‘vierogenprincipe’. Als dit geen overeenstemming geeft, stelt de wijkwerker een beschikking op met het voorgestelde profiel en pakket en het gemiddelde aantal uren/dagdelen waar het pakket op is gebaseerd. Op basis van deze beschikking kan de cliënt een bezwaar indienen. 

Hoe weet een cliënt (ook in juridische zin) waar hij of zij op kan rekenen?
In het persoonlijk ondersteuningsplan dat de wijkwerker met de cliënt opstelt, staan globale doelen genoemd. Samen met de aanbieder werkt de cliënt deze doelen meer concreet uit in het definitieve persoonlijk ondersteuningsplan. Hier volgt ook een verwachte gemiddelde inzet van de ondersteuning uit. De gemaakte afspraken tussen cliënt en aanbieder  zijn onderdeel van de beschikking van de cliënt. Die afspraken bieden houvast over wat de cliënt kan verwachten. Het is ook de basis voor eventueel bezwaar en beroep. 

De afspraken in de beschikking bevatten overigens de verwachte gemiddelde inzet over een bepaalde periode. De aanbieder heeft voortdurend de ruimte om af te wijken van deze gemiddelde inzet (en om te schuiven tussen vormen van ondersteuning), zolang dit in goed overleg met de cliënt gebeurt. Is de cliënt het niet eens met de daadwerkelijke inzet, dan kan hij of zij dit bij de wijkwerker melden en in juridische zin terugvallen op de gemiddelde verwachte inzet die in de beschikking is vastgelegd.

Mag een aanbieder minder uren inzetten dan het verwachte aantal in de beschikking?
Jazeker, als dat aansluit bij de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de cliënt.

Wat als een cliënt en aanbieder het niet eens worden over de te verlenen ondersteuning?
In dat geval kan de cliënt of aanbieder naar de wijkwerker gaan om een heroverweging aan te vragen. De wijkwerker onderzoekt of:

  • de inschatting van de aanbieder over de verwachte in te zetten ondersteuning onvoldoende is; 
  • er geen match is tussen cliënt en aanbieder;
  • het profiel of pakket niet passend is. 

In de eerste twee gevallen gaat de wijkwerker het gesprek aan met de cliënt en aanbieder om tot een passende oplossing te komen (waaronder mogelijk een keuze voor een andere aanbieder). In het laatste geval wordt de cliënt opnieuw geïndiceerd.

Ontstaat er een verschil van mening wanneer de ondersteuning al loopt? Dan kunnen de cliënt en aanbieder terugvallen op de verwachte gemiddelde inzet over een bepaalde periode. Deze informatie staat in de beschikking van de cliënt. Blijft de inwoner ontevreden, dan kan hij of zij terecht bij de wijkwerker. Dit kan leiden tot de keuze voor een andere aanbieder. Wanneer het profiel of pakket niet meer passen blijkt, wordt de cliënt opnieuw geïndiceerd.

Wat als tussentijds blijkt dat een profiel of pakket niet meer passend is?
Wanneer er door (zowel grote als kleine) life-events sprake is van veranderingen in de ondersteuningsbehoefte, past de aanbieder in overleg met de cliënt de ondersteuning aan binnen de grenzen van het profiel en pakket. Wijzigt de situatie van de cliënt zodanig dat het profiel en/of pakket niet meer passend is? Dan gaan de cliënt en aanbieder in gesprek met de wijkwerker om de beschikking aan te passen. 

Wat gebeurt er als iemand als het ware tussen twee profielen in zit?
Zie het antwoord in het blokje 'Gedachtegoed ondersteuningsprofielen'.

Kan een cliënt een persoonsgebonden budget krijgen voor een profiel?
Nee, de profielen zijn gebaseerd op zorg in natura. De werkwijze voor het toekennen van persoonsgebonden budgetten blijft ongewijzigd.

Houdt de gemeente bij de werkwijze met de profielen rekening met inwoners die levenslang ondersteuning nodig hebben?
Jazeker. De ondersteuning in het zwaarste ondersteuningsprofiel heeft een looptijd van drie tot vijf jaar. Dit betekent niet dat de ondersteuning na die periode ophoudt. Na de drie tot vijf jaar volgt er wel een moment om te evalueren of de situatie van de persoon is veranderd en of de geboden ondersteuning nog voldoende passend is.

Hoe communiceert de gemeente met cliënten over de overgangssituatie?
De gemeente koopt de ondersteuningsprofielen in per 2018. De feitelijke instroom van cliënten via de methodiek van ondersteuningsprofielen vindt plaats vanaf het derde kwartaal van 2018. Tot aan de invoeringsdatum verandert er niets voor cliënten met een lopende indicatie. En voor nieuwe cliënten geldt dat zij nog ondersteuning krijgen op basis van het bestaande ondersteuningsaanbod.

De gemeente denkt zorgvuldig na over het moment en de manier waarop cliënten gaan instromen in de nieuwe werkwijze. We houden rekening met natuurlijke momenten dat huidige beschikkingen aflopen. Daarnaast faseren we de herindicaties.

Voor een grote groep cliënten met alléén huishoudelijke hulp verandert er voorlopig niets. Hun vraag is op dit moment enkelvoudig.

Wat betekenen de profielen voor de eigen bijdrage van cliënten?
Huidige cliënten gaan voor dezelfde ondersteuning niet meer betalen dan nu. In de nieuwe werkwijze wordt de kostprijs bepaald op basis van de laagst mogelijk aannemelijke inzet tijdens de beschikkingsperiode. Voor cliënten is direct duidelijk waar ze aan toe zijn. De eigen bijdrage fluctueert niet per maand en dus komen ze niet voor verrassingen te staan.