Skip to content

Ondersteuningsarrangementen

De gemeente Almere gaat vanaf 16 juli 2018 werken met ondersteuningsarrangementen (individuele begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden) bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Wil je meer weten over wat dit betekent voor jou als aanbieder en voor je (toekomstige) cliënten? Bekijk dan regelmatig de informatie op deze pagina.

Gedachtegoed ondersteuningsarrangementen

Welke ondersteuning valt binnen de scope van de ondersteuningsarrangementen?
Hulp bij het huishouden, individuele begeleiding en (niet-)arbeidsmatige dagbesteding. Kortdurend verblijf, beschut werk en vervoer vallen niet binnen de scope, maar krijgen waar nodig wel expliciete aandacht in het keukentafelgesprek. 

Welke arrangementen zijn er en hoe zijn ze opgebouwd?
Samen met aanbieders heeft de gemeente vijf arrangementen ontwikkeld. Deze zijn gericht op personen met hulpvragen door:

  • psychosociale problemen of (een vermoeden van) psychische problemen;
  • een (vermoeden van een) lichte verstandelijke beperking;
  • cognitieve achteruitgang en/of (een vermoeden van) dementie (psychogeriatrische problemen);
  • lichamelijke achteruitgang (bijvoorbeeld door een lichamelijke beperking, een neurologische aandoening, een chronische ziekte of niet-aangeboren hersenletsel);
  • een zintuiglijke beperking.

Ieder arrangement is onderverdeeld in drie niveaus die oplopen in zwaarte. Het arrangement gericht op personen met hulpvragen door een zintuiglijke beperking is hier een uitzondering op. Deze bestaat uit één niveau.

Waarom kiest de gemeente voor ondersteuningsarrangementen?
De arrangementen bieden de mogelijkheid om ondersteuning integraal en afgestemd vorm te geven en bieden veel ruimte voor maatwerk. Dit betekent dat:

  • inwoners met een hulpvraag één aanspreekpunt hebben voor de ondersteuning binnen een arrangement. Aanbieders werken namelijk (waar nodig) samen om huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en/of (niet-)arbeidsmatige dagbesteding gecombineerd te kunnen bieden;
  • de ondersteuning is afgestemd op de actuele situatie en hulpvraag van de cliënt. Hiervoor hoeft de beschikking niet te worden aangepast. De aanbieder en cliënt hebben namelijk binnen de bandbreedte van een arrangement de ruimte om samen te bepalen welke ondersteuning nodig is. Dat betekent dat een inwoner meer ondersteuning kan krijgen wanneer het minder goed gaat. En dat de ondersteuning weer minder wordt wanneer het beter gaat. 
  • de inwoner dus samen met de aanbieder bepaalt welke ondersteuning op welk moment nodig is. Waar nodig kan de ondersteuning dus maandelijks of zelfs wekelijks meebewegen met de ondersteuningsbehoefte. 
  • de ene inwoner met een bepaald arrangement en niveau op een bepaald moment meer of minder ondersteuning kan krijgen dan een andere inwoner. 

Zijn unieke inwoners wel in een arrangement te passen?
De ondersteuningsvraag van de inwoner is leidend. Op basis hiervan en op basis van de kenmerken van de inwoner wordt het meest passende arrangement en niveau gekozen samen met de wijkwerker (en eventuele cliëntondersteuner). Bij inwoners met meerdere ondersteuningsvragen en uiteenlopende kenmerken wordt bekeken welke ondersteuningsvraag en kenmerken het zwaarst wegen en welke specifieke expertise daarvoor nodig. Er zijn sessie voor deskundigheidsbevordering en intervisie voor wijkwerkers en aanbieders om te komen tot afwegingen waar de inwoner het meeste mee geholpen is.  

Heeft de gemeente nagedacht over ontschotting tussen arrangementen?
Een arrangement is het ‘best passend’ voor een cliënt. Wanneer tijdens de ondersteuning blijkt dat een ander arrangement ‘best passend’ is, kan de cliënt wisselen. De beschikking wordt hierop aangepast. Bij een wisseling van aanbieder zorgt de aanvankelijk betrokken aanbieder voor een warme overdracht richting de nieuwe aanbieder.

Wat gebeurt er als twee personen in een huishouden een ondersteuningsbehoefte hebben? Bijvoorbeeld een echtpaar bij wie één persoon dementie heeft en de andere persoon een fysieke beperking?
De arrangementen zijn op dit moment gebaseerd op een individuele ondersteuningsbehoefte. In dit geval krijgt dit huishouden dus twee beschikkingen. Bij het bepalen van de behoefte is wel oog voor de situatie binnen het huishouden en sociale netwerk. 

Hoe verloopt het contact met aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het arrangement vallen?
Aanbieders van een arrangement hebben de verantwoordelijkheid om waar nodig af te stemmen met de aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het arrangement vallen (bijvoorbeeld vrij toegankelijke ondersteuning in de wijk of de schuldhulpverlening). Bovendien stimuleert de aanbieder de cliënt om gebruik te maken van deze ondersteuningsvormen. De aanbieder heeft daarmee een motiverende en waar nodig signalerende rol. Dit bevordert de integraliteit van de ondersteuning.

Zijn ervaringsdeskundigen betrokken bij de totstandkoming van de arrangementen?
Het gedachtegoed achter de ondersteuningsarrangementen staat beschreven in het beleidsplan ‘Veranderen wat nodig is’. Bij de totstandkoming van dat plan zijn de Adviesraad Sociaal Domein en het Breed Overleg Plus betrokken geweest. De arrangementen zijn samengesteld door de gemeente en aanbieders. Ze zijn vervolgens ter consultatie voorgelegd aan een cliëntenraad.

Bij de implementatie van de arrangementen in 2018 is veel aandacht voor het monitoren van cliënttevredenheid. Het is immers de bedoeling dat de nieuwe werkwijze leidt tot een meer passende en flexibele inzet van ondersteuning. De monitoring dient als inbreng voor een bredere evaluatie van de werkwijze met ondersteuningsarrangementen. De cliënttevredenheidscijfers kunnen ook inzicht geven in de prestaties van (combinaties van) aanbieders. 

Zijn ondersteuningsarrangementen een nieuwe manier om te bezuinigen?
Nee, de invoering van de ondersteuningsarrangementen is geen bezuinigingsmaatregel.

Wordt de scope van de arrangementen verbreed?
De gemeente onderzoekt of het mogelijk en wenselijk is om de scope van de profielen te verbreden naar andere vormen van ondersteuning binnen de Wmo en de Jeugdwet. 

Aanbesteding en administratieprotocol

Waar kan ik meer inhoudelijke informatie vinden over de aanbesteding?

Alle inhoudelijke informatie vind je in de inkoopdocumenten op TenderNed, inclusief de gepubliceerde nota's van inlichtingen. Inschrijving is op dit moment niet meer mogelijk. De gemeente werkt op dit moment nog aan een procedure voor het tussentijds instromen van nieuwe aanbieders. Hier is uiterlijk half juli 2018 meer duidelijkheid over.

Waar kan ik de actuele versie van het administratieprotocol bekijken?

Download hier de actuele versie van het administratieprotocol (versie 18 mei 2018). De wijzigingen ten opzichte van de vorige versie zijn blauw gemarkeerd in het document. Een mondelinge toelichting op de wijzigingen volgt tijdens de informatiebijeenkomst van maandag 28 mei.

Aanbiedersportaal (WIZ-portaal)

De eerste reeks accounts voor het WIZ-portaal is aangemaakt. De gebruikers hebben hun inloggegevens ontvangen. De formulieren voor het aandragen van nieuwe contactpersonen en gebruikers staan in de kolom hiernaast.

Kunnen aanbieders/hulpverleners alle gegevens zien in het WIZ-portaal?

Nee, aanbieders hulpverleners zien alleen de gegevens die nodig zijn om te komen tot een passende inzet van ondersteuning. Dit gebeurt met inachtneming van de privacyregels. In een verwerkersovereenkomst ligt vastgelegd met welke gegevens aanbieders aan het werk gaan.

Krijgen samenwerkingspartners/onderaannemers toegang tot het WIZ-portaal?

Nee, alleen de hoofdaanbieder is een samenwerkingsverband krijgt toegang tot het WIZ-portaal.

Tarieven, regiekosten en samenwerking tussen aanbieders

Alle informatie over tarieven, regiekosten en samenwerkingsverbanden tussen aanbieders is vervat in het administratieprotocol voor de ondersteuningsarrangementen (zie hierboven).

Een nadere uitwerking van de procedure rond het declareren van regiekosten volgt in de versie van het administratieprotocol dat het gemeente half mei publiceert. Hier volgt ook nog een brief over aan alle aanbieders.

Kwaliteit en administratieve lasten

Hoe waarborgt de gemeente de kwaliteit van de ondersteuning?
De kwaliteitseisen die de gemeente stelt staan beschreven in de inkoopdocumenten op TenderNed. Daarnaast gaat de gemeente de kwaliteit van de ondersteuning nauw monitoren. De gemeente doet dit via:

  • cliënteninterviews;
  • ‘tellen en vertellen’ bij aanbieders;
  • de monitor sociaal domein (o.a. om zicht te krijgen op zorgebruik);
  • cliënttevredenheidsonderzoek.

Bij de monitoring sluiten we zoveel als mogelijk aan bij al bestaande bronnen en beperken we de administratieve lasten voor aanbieders.

De contractpartner van de gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de samenwerkingspartners (in het geval van een hoofd- en onderaannemerconstructie de hoofdaannemer, in geval van een andere vorm van samenwerking het hoofdaanspreekpunt).

Welke invloed heeft de nieuwe werkwijze op de administratieve lasten voor aanbieders?
In de inkoopdocumenten, waaronder het administratieprotocol (zie hierboven) staat meer informatie over het administratief proces (waaronder de toekenning, het berichtenverkeer, facturering, monitoring en verantwoording).

Ondersteuningsarrangementen en pgb

Hoeveel ruimte is er binnen de arrangementen om met een persoonsgebonden budget te werken? 

De arrangementen zijn alleen beschikbaar via zorg in natura. Er is geen combinatie mogelijk met een pgb. De losse ondersteuningsvormen (individuele begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke hulp) zijn wel via een pgb in te zetten. Deze mogelijkheid komt ter sprake in het keukentafelgesprek met het wijkteam. De werkwijze voor het toekennen van persoonsgebonden budgetten blijft ongewijzigd.

Impact op inwoners

Wat betekenen de ondersteuningsarrangementen voor de keuzevrijheid van cliënten?
Er zijn vanaf half juli ruim dertig unieke hoofdaanbieders actief binnen de arrangementen. Zij zijn op hun beurt vaak ook samenwerkingspartner van andere aanbieders. Verder zijn er zo'n vijftig samenwerkingspartners die geen hoofdaanbieder zijn. Dit maakt dat er veel keuzevrijheid is voor cliënten.

Na de gunning zet de gemeente de deur niet dicht. We hebben de mogelijkheid ingebouwd om ook na half juli nog contracten aan te gaan op initiatief van de gemeente of van aanbieders. De toelatingscriteria die in dat geval gelden, zijn:

  • de nieuwe opdrachtnemer draagt bij aan de keuzevrijheid van inwoners en/of;
  • het aanbod van de nieuwe opdrachtnemers is aanvullend en van toegevoegde waarde. 

De gemeente is nog bezig met een werkproces voor toelating van aanvullende partijen. Deze is uiterlijk half juli beschikbaar.

Kunnen cliënten hun huidige hulpverlener(s) behouden?

Dat kan als de huidige aanbieder actief is binnen het arrangement dat het meest passend is voor de cliënt. Het kan ook zijn dat iemand bijvoorbeeld bij de eigen begeleider kan blijven, maar dat een nieuw persoon de huishoudelijke hulp uitvoert. In het gesprek met het wijkteam komen de mogelijkheden aan de orde. Is het nodig om te wisselen van hulpverlener, dan gebeurt dit zorgvuldig. 

Aanbieders hebben de mogelijkheid om nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan om tegemoet te komen aan de wensen van (groepen) cliënten.

Hoe krijgt een cliënt een arrangement toegewezen?
Wanneer een Almeerder ondersteuning nodig heeft, vindt er een keukentafelgesprek plaats met een wijkwerker. Op basis van dit keukentafelgesprek maakt de wijkwerker samen met de persoon in kwestie een aanzet tot een persoonlijk ondersteuningsplan. Als het mogelijk is, doet de cliënt dit grotendeels zelf. In de aanzet tot het persoonlijk ondersteuningsplan staat welke algemeen toegankelijke ondersteuning de cliënt kan gebruiken. Is er aanvullende ondersteuning nodig, dan staat (in het geval van individuele begeleiding, dagbesteding en/of huishoudelijke hulp) beschreven welk arrangement en niveau (zwaarte van de ondersteuning binnen het arrangement) het beste aansluit bij de hulpvraag van de cliënt. De cliënt kiest vervolgens een van de gecontracteerde aanbieders uit. Aanbieder en cliënt werken samen de aanzet tot het persoonlijk ondersteuningsplan verder uit. 

Hoe verloopt het proces van keukentafelgesprek tot en met een beschikking?
Na het keukentafelgesprek en de indeling in het meest passende arrangement kiest de cliënt voor een bepaalde aanbieder (of een samenwerkingsverband van aanbieders). De aanbieder houdt een intakegesprek met de cliënt: wat is er, gezien de leefsituatie van de cliënt, concreet nodig, in welke tijd en met welke flexibiliteit? De gemaakte afspraken in een uitgewerkt persoonlijk ondersteuningsplan gaan ter toetsing terug naar de wijkwerker en worden vastgelegd in de beschikking. De afspraken in de beschikking zijn een richtlijn. Aanbieder en cliënt kunnen in onderlinge afstemming afwijken van de beschreven inzet, mits dit binnen de inhoudelijke bandbreedte van het arrangement en niveau (zwaarte van de ondersteuning binnen het arrangement)

Wat als de cliënt het niet eens is met het arrangement dat de wijkwerker toekent?
Het is denkbaar dat de wijkwerker en cliënt het samen niet eens zijn over het in te zetten arrangement. In dat geval kijkt een tweede wijkwerker mee volgens het ‘vierogenprincipe’. Als dit geen overeenstemming geeft, stelt de wijkwerker een beschikking op met het voorgestelde arrangement en het gemiddelde aantal uren/dagdelen waar het niveau op is gebaseerd. Op basis van deze beschikking kan de cliënt een bezwaar indienen. 

Hoe weet een cliënt (ook in juridische zin) waar hij of zij op kan rekenen?
In het persoonlijk ondersteuningsplan dat de wijkwerker met de cliënt opstelt, staan globale doelen genoemd. Samen met de aanbieder werkt de cliënt deze doelen meer concreet uit in het definitieve persoonlijk ondersteuningsplan. Hier volgt ook een verwachte gemiddelde inzet van de ondersteuning uit. De gemaakte afspraken tussen cliënt en aanbieder  zijn onderdeel van de beschikking van de cliënt. Die afspraken bieden houvast over wat de cliënt kan verwachten. Het is ook de basis voor eventueel bezwaar en beroep. 

De afspraken in de beschikking bevatten overigens de verwachte gemiddelde inzet over een bepaalde periode. De aanbieder heeft voortdurend de ruimte om af te wijken van deze gemiddelde inzet (en om te schuiven tussen vormen van ondersteuning), zolang dit in goed overleg met de cliënt gebeurt. Is de cliënt het niet eens met de daadwerkelijke inzet, dan kan hij of zij dit bij de wijkwerker melden en in juridische zin terugvallen op de gemiddelde verwachte inzet die in de beschikking is vastgelegd.

Mag een aanbieder minder uren inzetten dan het verwachte aantal in de beschikking?
Jazeker, als dat aansluit bij de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de cliënt.

Wat als een cliënt en aanbieder het niet eens worden over de te verlenen ondersteuning?
In dat geval kan de cliënt of aanbieder naar de wijkwerker gaan om een heroverweging aan te vragen. De wijkwerker onderzoekt of:

  • de inschatting van de aanbieder over de verwachte in te zetten ondersteuning onvoldoende is; 
  • er geen match is tussen cliënt en aanbieder;
  • het arrangement en niveau niet passend zijn. 

In de eerste twee gevallen gaat de wijkwerker het gesprek aan met de cliënt en aanbieder om tot een passende oplossing te komen (waaronder mogelijk een keuze voor een andere aanbieder). In het laatste geval wordt de cliënt opnieuw geïndiceerd.

Ontstaat er een verschil van mening wanneer de ondersteuning al loopt? Dan kunnen de cliënt en aanbieder terugvallen op de verwachte gemiddelde inzet over een bepaalde periode. Deze informatie staat in de beschikking van de cliënt. Blijft de inwoner ontevreden, dan kan hij of zij terecht bij de wijkwerker. Dit kan leiden tot de keuze voor een andere aanbieder. Wanneer het arrangement en niveau niet meer passend blijken, wordt de cliënt opnieuw geïndiceerd.

Wat als tussentijds blijkt dat een arrangement niet meer passend is?
Wanneer er door (zowel grote als kleine) levensgebeurtenissen sprake is van veranderingen in de ondersteuningsbehoefte, past de aanbieder in overleg met de cliënt de ondersteuning aan binnen de grenzen van het arrangement en niveau. Wijzigt de situatie van de cliënt zodanig dat het arrangement en/of het niveau niet meer passend is? Dan gaan de cliënt en aanbieder in gesprek met de wijkwerker om de beschikking aan te passen. 

Wat gebeurt er als iemand als het ware tussen twee arrangementen in zit?
Zie het antwoord in het blokje 'Gedachtegoed ondersteuningsarrangementen'.

Houdt de gemeente bij de werkwijze met de arrangementen rekening met inwoners die levenslang ondersteuning nodig hebben?

Jazeker. De ondersteuning op het zwaarste niveau heeft een looptijd van drie tot vijf jaar. Dit betekent niet dat de ondersteuning na die periode ophoudt. Na de drie tot vijf jaar volgt er wel een moment om te evalueren of de situatie van de persoon is veranderd en of de geboden ondersteuning nog voldoende passend is.

Hoe communiceert de gemeente met cliënten over de overgangssituatie?
Bestaande cliënten krijgen een brief met nadere toelichting over de nieuwe werkwijze. Ook worden zij gebeld om een afspraak te maken voor een herindicatie. Tijdens het telefoongesprek en/of het huisbezoek dat volgt, kan het wijkteam meer uitleg geven over de ondersteuningsarrangementen. Het stellen van vragen is ook mogelijk via de eigen hulpverleners, via cliëntvertegenwoordigers en -ondersteuners, via de inloopspreekuren van de wijkteams en via de contactkanalen van de gemeente.

Op de website van de wijkteams zijn doorlopend veelgestelde vragen te vinden over de nieuwe werkwijze. Er is onder andere ook een animatie gemaakt om beknopte uitleg te bieden.

Wat betekenen de profielen voor de eigen bijdrage van cliënten?
Huidige cliënten gaan voor dezelfde ondersteuning niet meer betalen dan nu. In de nieuwe werkwijze wordt de kostprijs bepaald op basis van de laagst mogelijk aannemelijke inzet tijdens de beschikkingsperiode. Voor cliënten is direct duidelijk waar ze aan toe zijn. De eigen bijdrage fluctueert niet per maand en dus komen ze niet voor verrassingen te staan.

Gecontracteerde aanbieders

Bekijk het overzicht van alle gecontracteerde aanbieders voor de arrangementen.

Voortgangsgroep

Vertegenwoordigers van het Breed Overleg Plus en een selectie van aanbieders komen maandelijks van 15.00 tot 16.30 uur bijeen op:

  • 4 juni

Informatie-bijeenkomst

Alle gecontracteerde aanbieders (hoofd-aanbieders binnen samenwerking) zijn maandelijks welkom van 15.00 tot 16.30 uur op:

  • 28 mei
  • 18 juni