Skip to content

Ondersteuningsarrangementen

De gemeente Almere werkt met ondersteuningsarrangementen (individuele begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden) bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Wil je meer weten over wat dit betekent voor jou als aanbieder en voor je cliënten? Bekijk dan regelmatig de informatie op deze pagina.

Veelgestelden vragen

Nieuwe veelgestelde vragen deze week

Er zijn deze week geen nieuwe veelgestelde vragen toegevoegd.

Gedachtegoed ondersteuningsarrangementen

Welke ondersteuning valt binnen de scope van de ondersteuningsarrangementen?
Hulp bij het huishouden, individuele begeleiding en (niet-)arbeidsmatige dagbesteding. Kortdurend verblijf, beschut werk en vervoer vallen niet binnen de scope, maar krijgen waar nodig wel expliciete aandacht in het keukentafelgesprek. 

Welke arrangementen zijn er en hoe zijn ze opgebouwd?
Samen met aanbieders heeft de gemeente vijf arrangementen ontwikkeld. Deze zijn gericht op personen met hulpvragen door:

  • psychosociale problemen of (een vermoeden van) psychische problemen;
  • een (vermoeden van een) lichte verstandelijke beperking;
  • cognitieve achteruitgang en/of (een vermoeden van) dementie (psychogeriatrische problemen);
  • lichamelijke achteruitgang (bijvoorbeeld door een lichamelijke beperking, een neurologische aandoening, een chronische ziekte of niet-aangeboren hersenletsel);
  • een zintuiglijke beperking.

Ieder arrangement is onderverdeeld in drie niveaus die oplopen in zwaarte. Het arrangement gericht op personen met hulpvragen door een zintuiglijke beperking is hier een uitzondering op. Deze bestaat uit één niveau.

Waarom kiest de gemeente voor ondersteuningsarrangementen?
De arrangementen bieden de mogelijkheid om ondersteuning integraal en afgestemd vorm te geven en bieden veel ruimte voor maatwerk. Dit betekent dat:

  • inwoners met een hulpvraag één aanspreekpunt hebben voor de ondersteuning binnen een arrangement. Aanbieders werken namelijk (waar nodig) samen om huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en/of (niet-)arbeidsmatige dagbesteding gecombineerd te kunnen bieden;
  • de ondersteuning is afgestemd op de actuele situatie en hulpvraag van de cliënt. Hiervoor hoeft de beschikking niet te worden aangepast. De aanbieder en cliënt hebben namelijk binnen de bandbreedte van een arrangement de ruimte om samen te bepalen welke ondersteuning nodig is. Dat betekent dat een inwoner meer ondersteuning kan krijgen wanneer het minder goed gaat. En dat de ondersteuning weer minder wordt wanneer het beter gaat. 
  • de inwoner dus samen met de aanbieder bepaalt welke ondersteuning op welk moment nodig is. Waar nodig kan de ondersteuning dus maandelijks of zelfs wekelijks meebewegen met de ondersteuningsbehoefte. 
  • de ene inwoner met een bepaald arrangement en niveau op een bepaald moment meer of minder ondersteuning kan krijgen dan een andere inwoner. 

Zijn unieke inwoners wel in een arrangement te passen?
De ondersteuningsvraag van de inwoner is leidend. Op basis hiervan en op basis van de kenmerken van de inwoner wordt het meest passende arrangement en niveau gekozen samen met de wijkwerker (en eventuele cliëntondersteuner). Bij inwoners met meerdere ondersteuningsvragen en uiteenlopende kenmerken wordt bekeken welke ondersteuningsvraag en kenmerken het zwaarst wegen en welke specifieke expertise daarvoor nodig. Er zijn sessie voor deskundigheidsbevordering en intervisie voor wijkwerkers en aanbieders om te komen tot afwegingen waar de inwoner het meeste mee geholpen is.  

Heeft de gemeente nagedacht over ontschotting tussen arrangementen?
Een arrangement is het ‘best passend’ voor een cliënt. Wanneer tijdens de ondersteuning blijkt dat een ander arrangement ‘best passend’ is, kan de cliënt wisselen. De beschikking wordt hierop aangepast. Bij een wisseling van aanbieder zorgt de aanvankelijk betrokken aanbieder voor een warme overdracht richting de nieuwe aanbieder.

Wat gebeurt er als twee personen in een huishouden een ondersteuningsbehoefte hebben? Bijvoorbeeld een echtpaar bij wie één persoon dementie heeft en de andere persoon een fysieke beperking?
De arrangementen zijn op dit moment gebaseerd op een individuele ondersteuningsbehoefte. In dit geval krijgt dit huishouden dus twee beschikkingen. Bij het bepalen van de behoefte is wel oog voor de situatie binnen het huishouden en sociale netwerk. 

Hoe verloopt het contact met aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het arrangement vallen?
Aanbieders van een arrangement hebben de verantwoordelijkheid om waar nodig af te stemmen met de aanbieders van ondersteuningsvormen die buiten het arrangement vallen (bijvoorbeeld vrij toegankelijke ondersteuning in de wijk of de schuldhulpverlening). Bovendien stimuleert de aanbieder de cliënt om gebruik te maken van deze ondersteuningsvormen. De aanbieder heeft daarmee een motiverende en waar nodig signalerende rol. Dit bevordert de integraliteit van de ondersteuning.

Zijn ervaringsdeskundigen betrokken bij de totstandkoming van de arrangementen?
Het gedachtegoed achter de ondersteuningsarrangementen staat beschreven in het beleidsplan ‘Veranderen wat nodig is’. Bij de totstandkoming van dat plan zijn de Adviesraad Sociaal Domein en het Breed Overleg Plus betrokken geweest. De arrangementen zijn samengesteld door de gemeente en aanbieders. Ze zijn vervolgens ter consultatie voorgelegd aan een cliëntenraad.

Bij de implementatie van de arrangementen in 2018 is veel aandacht voor het monitoren van cliënttevredenheid. Het is immers de bedoeling dat de nieuwe werkwijze leidt tot een meer passende en flexibele inzet van ondersteuning. De monitoring dient als inbreng voor een bredere evaluatie van de werkwijze met ondersteuningsarrangementen. De cliënttevredenheidscijfers kunnen ook inzicht geven in de prestaties van (combinaties van) aanbieders.

Is het nog mogelijk om de arrangementen anders te noemen (bijvoorbeeld 'fysieke beperking' in plaats van 'lichamelijke achteruitgang')?
De arrangementen zijn ontwikkeld en benoemd in dialoog met aanbieders. Het is niet meer mogelijk om de namen van de arrangementen aan te passen. De gemeente beschouwt de huidige termen en beschrijvingen als afdoende.

Zijn ondersteuningsarrangementen een nieuwe manier om te bezuinigen?
Nee, de invoering van de ondersteuningsarrangementen is geen bezuinigingsmaatregel.

Wordt de scope van de arrangementen verbreed?
De gemeente onderzoekt of het mogelijk en wenselijk is om de scope van de profielen te verbreden naar andere vormen van ondersteuning binnen de Wmo en de Jeugdwet.

Aanbiedersportaal (WIZ-portaal)

De eerste reeks accounts voor het WIZ-portaal is aangemaakt. De gebruikers hebben hun inloggegevens ontvangen. De formulieren voor het aandragen van nieuwe contactpersonen en gebruikers staan in het kader hierboven.

Kunnen aanbieders/hulpverleners alle gegevens zien in het WIZ-portaal?
Nee, aanbieders hulpverleners zien alleen de gegevens die nodig zijn om te komen tot een passende inzet van ondersteuning. Dit gebeurt met inachtneming van de privacyregels. In een verwerkersovereenkomst ligt vastgelegd met welke gegevens aanbieders aan het werk gaan.

Krijgen samenwerkingspartners/onderaannemers toegang tot het WIZ-portaal?
Nee, alleen de hoofdaanbieder is een samenwerkingsverband krijgt toegang tot het WIZ-portaal.

Is er een testomgeving in het WIZportaal om te oefenen met het systeem via fictieve cases?
Nee, er is geen testomgeving beschikbaar voor aanbieders. De testomgeving die er is, is alleen bedoeld voor de gemeente om nieuwe versies van het samenwerkingsportaal in te testen en accepteren. Voor het werken met het WIZportaal is een instructie beschikbaar als onderdeel van het naslagwerk over de arrangementen (zie het groene kader hierboven). Is de instructie niet voldoende helder of uitgebreid om werkzaamheden in het WIZportaal te kunnen uitvoeren? Dan hoort de gemeente dit graag, zodat de instructie kan worden aangepast of aangevuld.

Krijgen aanbieders naast het WIZ-portaal ook toegang tot het MO-platform (Stipter)?
Nee, aanbieders krijgen alleen toegang tot de samenwerkingsmodule in het WIZ-portaal.

Ik ben aangemeld als gemachtigde contactpersoon voor het WIZportaal, maar ik heb geen inloggegevens ontvangen. Krijg ik deze nog toegestuurd?
Als gemachtigde contactpersoon kun je anderen aanmelden voor het krijgen van inloggegevens voor het WIZportaal. Je krijgt zelf niet automatisch ook toegang tot het systeem. Wil je dit wel? Gebruik dan het 'Formulier aanvragen/wijzigen accounts WIZportaal'.

Een dossier is in het WIZportaal niet gekoppeld aan de juiste persoon. Kan ik dit als aanbieder zelf aanpassen, of moet de gemeente dit doen?
Nee, dit is nog niet mogelijk. Neem hiervoor contact op met de betreffende participatieadviseur van de gemeente. Zijn of haar gegevens staan in het samenwerkingstraject in het WIZportaal (eerste dossierhouder). Het zelf kunnen aanpassen van de gekoppelde medewerker staat wel op de wensenlijst voor doorontwikkeling van het WIZportaal in het laatste kwartaal van 2018.

Kan de gemeente nieuwe persoonlijke ondersteuningsplannen naar een algemene mailbox sturen, zodat ik als aanbieder zelf de werkverdeling kan doen?
Nee, dit is niet mogelijk. Taken moeten traceerbaar zijn tot op de persoon. Het zelf kunnen toebedelen of herverdelen van taken staat wel op de wensenlijst voor doorontwikkeling van het WIZportaal in het laatste kwartaal van 2018.

Kan ik als aanbieder een totaaloverzicht zien van alle persoonlijke ondersteuningsplannen die de gemeente naar mijn organisatie stuurt?
Nee, dit is nog niet mogelijk. Het WIZportaal toont verzonden persoonlijke ondersteuningsplannen op gebruikersniveau. Een totaaloverzicht staat wel op de wensenlijst voor doorontwikkeling van het WIZportaal in het laatste kwartaal van 2018.

Berichtenverkeer

Gebruikt de gemeente VECOZO voor het berichtenverkeer tussen gemeente en aanbieder?
Ja. Meer specifiek: de gemeente maakt gebruik van het Gemeentelijk Gegevensknooppunt (GGK) en aanbieders van VECOZO. Het GGK en VECOZO zijn onderling in contact met elkaar. Op die manier gaat het berichtenverkeer heen en weer.

Samenwerking aanbieder en wijkteam

Waarom deden de wijkwerkers (anders dan de participatieadviseurs) niet mee aan modules 2 en 3 van de deskundigheidsbevordering?
De wijkwerkers hebben een andere rol in het proces dan de participatieadviseurs. Ze krijgen nog wel extra scholing rondom de ondersteuningsarrangementen.

Moet ik als aanbieder wijzigingen in de inzet van ondersteuning doorgeven aan het wijkteam?
Nee, binnen de bandbreedte van het arrangement en pakket kun je aanpassingen in de inzet onderling met de cliënt afstemmen. Het is niet nodig om het wijkteam of de gemeente op de hoogte te stellen.

Is er naast de participatieadviseur nog een externe controle op de inzet die een aanbieder afspreekt met een cliënt?
Nee, er is geen aanvullende externe controle. De participatieadviseur beoordeelt de inhoud van de ondersteuning die de aanbieder afspreekt met de cliënt (deel twee persoonlijk ondersteuningsplan). Op basis hiervan maakt hij of zij een beschikking of vraagt de aanbieder om meer informatie en/of aanpassingen. De gemeente monitort de inzet van ondersteuning.  

Overlegt de participatieadviseur met een aanbieder bij een complexe/risicovolle casus?
Als de participatieadviseur dit zinvol acht, kan hij of zij naar eigen inzicht een aanbieder consulteren.

Is het mogelijk een beschikking af te geven zonder diagnose?
Ja. Er kan een medisch onderzoek worden aangevraagd. Wil de cliënt hier niet aan meewerken, dan kan de ondersteuning gemotiveerd worden toegekend.

Tarieven, regiekosten en samenwerking tussen aanbieders

Alle informatie over tarieven, regiekosten en samenwerkingsverbanden tussen aanbieders is vervat in het administratieprotocol voor de ondersteuningsarrangementen (zie hierboven).

Krijg ik als aanbieder de uitwerking van deel twee van het persoonlijk ondersteuningsplan vergoed als de cliënt toch kiest voor een andere aanbieder?
De financiering van ondersteuning vindt plaats per vier weken. Als ondersteuning start in de laatste week van een periode van vier weken, betaalt de gemeente de hele periode uit. Hiermee voorziet de gemeente voor een deel in financiering van werkzaamheden die voor de start van de daadwerkelijke ondersteuning plaatsvinden.

Wie is in een samenwerkingsverband het aanspreekpunt voor de cliënt?
In principe is het aanspreekpunt voor de cliënt een medewerker van de hoofdaanbieder. Het kan voorkomen dat een medewerker van een samenwerkingspartner aanspreekpunt is. Dit is afhankelijk van hoe dit is georganiseerd binnen het samenwerkingsverband.

Hoe kan ik als aanbieder een nieuwe samenwerkingspartner aanmelden?
Gebruik hiervoor het formulier 'Aanmelden nieuw samenwerkingsverband' in het groene kader hierboven.

Is er een maximum aantal uren ondersteuning gebonden aan de tarieven?
Nee, het is aan de aanbieder en cliënt om binnen de bandbreedte van het arrangement en pakket een passende inzet af te spreken.

Termijnen in het indicatieproces

Is de verdeling van termijnen (vier weken voor de gemeente, twee voor de aanbieder en weer twee voor de gemeente) te wijzigen?
Nee, dit is niet mogelijk. De gemeente probeert wel vaart te maken in de eerste vier weken, zodat de aanbieder in de praktijk meer dan twee weken heeft voor zijn deel.

Is er sprake van wachtlijsten bij de afhandeling van meldingen?
Nee, het uitgangspunt is om binnen acht weken na de melding van de cliënt een besluit te nemen over de inzet van ondersteuning. Zie het naslagwerk ondersteuningsarrangementen voor meer informatie.

Waarom vinden veel herindicaties in de zomer plaats?
De huidige contracten van aanbieders lopen af op 30 september 2018 (met uitzondering van enkelvoudige huishoudelijke hulp). Hierdoor is het niet mogelijk om de herindicaties na de zomer te laten plaatsvinden. Veel eerder starten was ook niet mogelijk door het benodigde opleidingstraject en het gereed maken van de systemen. Er is in mei en juni wel al een start gemaakt met een deel van de herindicaties, om de werkzaamheden wat meer te kunnen spreiden.

Wie is verantwoordelijk voor het bewaken van de vastgestelde termijnen bij zorgmijders?
Bemoeizorg blijft bestaan. Hierin verandert niets door de invoering van de ondersteuningsarrangementen. Als een cliënt toe is aan het accepteren van hulp, volgt er een keukentafelgesprek. Bij problemen in het proces is overleg met het wijkteam mogelijk. Het is mogelijk om de vastgestelde termijnen rond de ondersteuningsarrangementen met enkele weken op te schorten als hier gegronde redenen voor zijn. Zie hiervoor ook het administratieprotocol.

Kwaliteit en administratieve druk

Hoe waarborgt de gemeente de kwaliteit van de ondersteuning?
De kwaliteitseisen die de gemeente stelt staan beschreven in de inkoopdocumenten op TenderNed. Daarnaast monitort de gemeente de kwaliteit van de ondersteuning. De gemeente doet dit via:

  • cliënteninterviews;
  • ‘tellen en vertellen’ bij aanbieders;
  • de monitor sociaal domein (o.a. om zicht te krijgen op zorgebruik);
  • cliënttevredenheidsonderzoek.

Bij de monitoring sluiten we zoveel als mogelijk aan bij al bestaande bronnen en beperken we de administratieve lasten voor aanbieders.

De contractpartner van de gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de samenwerkingspartners (in het geval van een hoofd- en onderaannemerconstructie de hoofdaannemer, in geval van een andere vorm van samenwerking het hoofdaanspreekpunt).

Vindt er naast een eindevaluatie ook een tussenevaluatie met de cliënt plaats?
De gemeente checkt drie maanden na de start van de ondersteuning bij de cliënt of alles naar wens verloopt. Bij afloop van de indicatie stellen aanbieder en cliënt samen een evaluatie op. Tussendoor hoeft de aanbieder geen tussentijdse evaluatie bij de gemeente aan te leveren.

Welke invloed heeft de nieuwe werkwijze op de administratieve druk voor aanbieders?
In de inkoopdocumenten, waaronder het administratieprotocol (zie hierboven) staat meer informatie over het administratief proces (waaronder de toekenning, het berichtenverkeer, facturering, monitoring en verantwoording). De ambitie is om de administratieve druk te verlagen. De gemeente monitort de uitwerking van deze ambitie in de praktijk en voert dialoog hierover met de aanbieders.

Geen onderscheid HH1 en HH2 meer

Wie bepaalt of huishoudelijke hulp 1 of 2 nodig is?
Binnen de ondersteuningsarrangementen is er geen onderscheid meer tussen huishoudelijke hulp 1 (schoonmaken) en 2 (regie voeren over het huishouden). De aanbieder die huishoudelijke hulp biedt, kan advies en instructie geven over de huishoudelijke taken. Verder kan hij waar nodig de regie over het huishouden voeren samen met de cliënt.

De aanbieder is verantwoordelijk in de situatie van de cliënt te melden aan de gemeente. Bijvoorbeeld waar het gaat om wijzigingen in de gezondheidssituatie, leefomstandigheden, sociale omgeving en huiselijke situatie van de cliënt (vervuiling, maatschappelijk isolement, eerste stadia van dementie, etc.). De aanbieder heeft een actieve signalerende functie op dit vlak.

Ondersteuningsarrangementen en pgb

Hoeveel ruimte is er binnen de arrangementen om met een persoonsgebonden budget te werken? 

De arrangementen zijn alleen beschikbaar via zorg in natura. Er is geen combinatie mogelijk met een pgb. De losse ondersteuningsvormen (individuele begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke hulp) zijn wel via een pgb in te zetten. Deze mogelijkheid komt ter sprake in het keukentafelgesprek met het wijkteam. De werkwijze voor het toekennen van persoonsgebonden budgetten blijft ongewijzigd.

Impact op inwoners

Wat betekenen de ondersteuningsarrangementen voor de keuzevrijheid van cliënten?
Er zijn ruim veertig unieke hoofdaanbieders actief binnen de arrangementen. Zij zijn op hun beurt vaak ook samenwerkingspartner van andere aanbieders. Verder zijn er zo'n vijftig samenwerkingspartners die geen hoofdaanbieder zijn. Dit maakt dat er veel keuzevrijheid is voor cliënten.

Na de gunning zet de gemeente de deur niet dicht. We hebben de mogelijkheid ingebouwd voor tussentijdse toetreders. De procedure hiervoor is te vinden op het formulier 'Aanvraag tussentijdse toetreding op een of meer percelen' in het groene kader hierboven.

Kunnen cliënten hun huidige hulpverlener(s) behouden?
Dat kan als de huidige aanbieder actief is binnen het arrangement dat het meest passend is voor de cliënt. Het kan ook zijn dat iemand bijvoorbeeld bij de eigen begeleider kan blijven, maar dat een nieuw persoon de huishoudelijke hulp uitvoert. In het gesprek met het wijkteam komen de mogelijkheden aan de orde. Is het nodig om te wisselen van hulpverlener, dan gebeurt dit zorgvuldig. 

Aanbieders hebben de mogelijkheid om nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan om tegemoet te komen aan de wensen van (groepen) cliënten.

Hoe kiest een nieuwe cliënt een aanbieder?
Het wijkteam wijst de cliënt op het overzicht met gecontracteerde aanbieders voor het toegewezen arrangement. De wijkwerker kan waar nodig een toelichting geven op de specifieke specialismes van aanbieders. De cliënt maakt vervolgens zelf een keuze, al dan niet met hulp van een onafhankelijke cliëntondersteuner. 

Hoe krijgt een cliënt een arrangement toegewezen?
Wanneer een Almeerder ondersteuning nodig heeft, vindt er een keukentafelgesprek plaats met een wijkwerker. Op basis van dit keukentafelgesprek maakt de wijkwerker samen met de persoon in kwestie een aanzet tot een persoonlijk ondersteuningsplan. Als het mogelijk is, doet de cliënt dit grotendeels zelf. In de aanzet tot het persoonlijk ondersteuningsplan staat welke algemeen toegankelijke ondersteuning de cliënt kan gebruiken. Is er aanvullende ondersteuning nodig, dan staat (in het geval van individuele begeleiding, dagbesteding en/of huishoudelijke hulp) beschreven welk arrangement en niveau (zwaarte van de ondersteuning binnen het arrangement) het beste aansluit bij de hulpvraag van de cliënt. De cliënt kiest vervolgens een van de gecontracteerde aanbieders uit. Aanbieder en cliënt werken samen de aanzet tot het persoonlijk ondersteuningsplan verder uit. 

Hoe verloopt het proces van keukentafelgesprek tot en met een beschikking?
Na het keukentafelgesprek en de indeling in het meest passende arrangement kiest de cliënt voor een bepaalde aanbieder (of een samenwerkingsverband van aanbieders). De aanbieder houdt een intakegesprek met de cliënt: wat is er, gezien de leefsituatie van de cliënt, concreet nodig, in welke tijd en met welke flexibiliteit? De gemaakte afspraken in een uitgewerkt persoonlijk ondersteuningsplan gaan ter toetsing terug naar de wijkwerker en worden vastgelegd in de beschikking. De afspraken in de beschikking zijn een richtlijn. Aanbieder en cliënt kunnen in onderlinge afstemming afwijken van de beschreven inzet, mits dit binnen de inhoudelijke bandbreedte van het arrangement en niveau (zwaarte van de ondersteuning binnen het arrangement)

Wat als de cliënt het niet eens is met het arrangement dat de wijkwerker toekent?
Het is denkbaar dat de wijkwerker en cliënt het samen niet eens zijn over het in te zetten arrangement. In dat geval kijkt een tweede wijkwerker mee volgens het ‘vierogenprincipe’. Als dit geen overeenstemming geeft, stelt de wijkwerker een beschikking op met het voorgestelde arrangement en het gemiddelde aantal uren/dagdelen waar het niveau op is gebaseerd. Op basis van deze beschikking kan de cliënt een bezwaar indienen. 

Hoe weet een cliënt (ook in juridische zin) waar hij of zij op kan rekenen?
In het persoonlijk ondersteuningsplan dat de wijkwerker met de cliënt opstelt, staan globale doelen genoemd. Samen met de aanbieder werkt de cliënt deze doelen meer concreet uit in het definitieve persoonlijk ondersteuningsplan. Hier volgt ook een verwachte gemiddelde inzet van de ondersteuning uit. De gemaakte afspraken tussen cliënt en aanbieder  zijn onderdeel van de beschikking van de cliënt. Die afspraken bieden houvast over wat de cliënt kan verwachten. Het is ook de basis voor eventueel bezwaar en beroep. 

De afspraken in de beschikking bevatten overigens de verwachte gemiddelde inzet over een bepaalde periode. De aanbieder heeft voortdurend de ruimte om af te wijken van deze gemiddelde inzet (en om te schuiven tussen vormen van ondersteuning), zolang dit in goed overleg met de cliënt gebeurt. Is de cliënt het niet eens met de daadwerkelijke inzet, dan kan hij of zij dit bij de wijkwerker melden en in juridische zin terugvallen op de gemiddelde verwachte inzet die in de beschikking is vastgelegd.

Mag een aanbieder minder uren inzetten dan het verwachte aantal in de beschikking?
Jazeker, als dat aansluit bij de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de cliënt.

Wat als een cliënt en aanbieder het niet eens worden over de te verlenen ondersteuning?
In dat geval kan de cliënt of aanbieder naar de wijkwerker gaan om een heroverweging aan te vragen. De wijkwerker onderzoekt of:

  • de inschatting van de aanbieder over de verwachte in te zetten ondersteuning onvoldoende is; 
  • er geen match is tussen cliënt en aanbieder;
  • het arrangement en niveau niet passend zijn. 

In de eerste twee gevallen gaat de wijkwerker het gesprek aan met de cliënt en aanbieder om tot een passende oplossing te komen (waaronder mogelijk een keuze voor een andere aanbieder). In het laatste geval wordt de cliënt opnieuw geïndiceerd.

Ontstaat er een verschil van mening wanneer de ondersteuning al loopt? Dan kunnen de cliënt en aanbieder terugvallen op de verwachte gemiddelde inzet over een bepaalde periode. Deze informatie staat in de beschikking van de cliënt. Blijft de inwoner ontevreden, dan kan hij of zij terecht bij de wijkwerker. Dit kan leiden tot de keuze voor een andere aanbieder. Wanneer het arrangement en niveau niet meer passend blijken, wordt de cliënt opnieuw geïndiceerd.

Wat als tussentijds blijkt dat een arrangement niet meer passend is?
Wanneer er door (zowel grote als kleine) levensgebeurtenissen sprake is van veranderingen in de ondersteuningsbehoefte, past de aanbieder in overleg met de cliënt de ondersteuning aan binnen de grenzen van het arrangement en niveau. Wijzigt de situatie van de cliënt zodanig dat het arrangement en/of het niveau niet meer passend is? Dan gaan de cliënt en aanbieder in gesprek met de wijkwerker om de beschikking aan te passen. 

Wat gebeurt er als iemand als het ware tussen twee arrangementen in zit?
Zie het antwoord in het blokje 'Gedachtegoed ondersteuningsarrangementen'.

Hoe communiceert de gemeente met cliënten over de overgangssituatie?
Bestaande cliënten hebben een brief gekregen met nadere toelichting over de nieuwe werkwijze. Ook worden zij gebeld om een afspraak te maken voor een herindicatie. Tijdens het telefoongesprek en/of het huisbezoek dat volgt, kan het wijkteam meer uitleg geven over de ondersteuningsarrangementen. Het stellen van vragen is ook mogelijk via de eigen hulpverleners, via cliëntvertegenwoordigers en -ondersteuners, via de inloopspreekuren van de wijkteams en via de contactkanalen van de gemeente.

Op de website van de wijkteams zijn doorlopend veelgestelde vragen te vinden over de nieuwe werkwijze. Er is onder andere ook een animatie gemaakt om beknopte uitleg te bieden.

Wat betekenen de arrangementen voor de eigen bijdrage van cliënten?
Huidige cliënten gaan voor dezelfde ondersteuning niet meer betalen dan nu. In de nieuwe werkwijze wordt de kostprijs bepaald op basis van de laagst mogelijk aannemelijke inzet tijdens de beschikkingsperiode. Voor cliënten is direct duidelijk waar ze aan toe zijn. De eigen bijdrage fluctueert niet per maand en dus komen ze niet voor verrassingen te staan.

Wat als de arrangementen niet passend zijn, maar iemand ook geen gebruik wil maken van de Wet langdurige zorg, omdat hij of zij geen 'woonwens' heeft?
Inzet van ondersteuning via de Wet langdurige zorg is ook mogelijk in de thuissituatie.

Eigen bijdrage inwoners berekenen

Hoe berekent mijn cliënt wat hij/zij maximaal gaat betalen aan eigen bijdrage?
Via de website van het Centraal Administratiekantoor (CAK) kunnen cliënten berekenen wat ze maximaal gaan betalen aan eigen bijdrage per vier weken. Zijn de kosten van hun ondersteuning lager dan hun maximale periodebijdrage? Dan betalen ze alleen de kosten van de ondersteuning die ze ontvangen. Voor de ondersteuningsarrangementen gelden de volgende CAK-bedragen per vier weken:

  • Arrangement 1 (psychische problemen), pakket A: 50,92 euro per vier weken
  • Arrangement 1 (psychische problemen), pakket B: 99,68 euro per vier weken
  • Arrangement 1 (psychische problemen), pakket C: 139,00 euro per vier weken
  • Arrangement 2 (lichte verstandelijke beperking), pakket A: 50,21 euro per vier weken
  • Arrangement 2 (lichte verstandelijke beperking), pakket B: 96,99 euro per vier weken
  • Arrangement 2 (lichte verstandelijke beperking), pakket C: 116,99 euro per vier weken
  • Arrangement 3 (cognitieve achteruitgang/dementie), pakket A: 66,48 euro per vier weken
  • Arrangement 3 (cognitieve achteruitgang/dementie), pakket B: 104,74 euro per vier weken
  • Arrangement 3 (cognitieve achteruitgang/dementie), pakket C: 128,72 euro per vier weken
  • Arrangement 4 (lichamelijke achteruitgang), pakket A: 21,87 euro per vier weken
  • Arrangement 4 (lichamelijke achteruitgang), pakket B: 93,15 euro per vier weken
  • Arrangement 4 (lichamelijke achteruitgang), pakket C: 113,75 euro per vier weken
  • Arrangement 4 (lichamelijke achteruitgang en NAH), pakket B: 100,49 euro per vier weken
  • Arrangement 4 (lichamelijke achteruitgang en NAH), pakket C: 119,72 euro per vier weken

Duur van de ondersteuning en verlengingen

Hoe meld ik de noodzaak om een cliënt in een ander arrangement of pakket onder te brengen?
Je kunt dit als aanbieder doorgeven door een nieuwe melding te doen over de cliënt.

Klopt het dat bij arrangement 3 de indicatie in het zwaarste pakket (C) maximaal één jaar duurt en het middelzware pakket (B) maximaal twee jaar? Is dit een fout?
Bij pakket C in dit arrangement is de maximale duur inderdaad één jaar. Het is namelijk belangrijk om goed in de gaten te houden of het pakket nog passend is en of overgang naar de Wet langdurige zorg aan de orde is. Bij pakket B zit de cliënt in een fase waarbij doorstroom naar de Wet langdurige zorg minder snel te verwachten is.

Waarom is de maximale beschikkingsduur korter bij cliënten met dementie?
Bij dementie is er mogelijk een snelle achteruitgang in de situatie en doorstroom naar de Wet langdurige zorg. Het is dus belangrijk om vinger aan de pols te houden. Aanbieders zijn betrokken geweest bij het bepalen van de maximale duur van indicaties.

Houdt de gemeente bij de werkwijze met de arrangementen rekening met inwoners die levenslang ondersteuning nodig hebben?
Jazeker. De ondersteuning op het zwaarste niveau heeft een looptijd van drie tot vijf jaar. Dit betekent niet dat de ondersteuning na die periode ophoudt. Na de drie tot vijf jaar volgt er wel een moment om te evalueren of de situatie van de persoon is veranderd en of de geboden ondersteuning nog voldoende passend is. Ook bij de minder zware pakketten kan een cliënt een melding voor verlenging doen als de indicatie bijna afloopt. Er vindt dan opnieuw een keukentafelgesprek plaats om te bepalen wat er nodig is voor de situatie van de betreffende persoon.

Is er voor cliënten met een lichte verstandelijke beperking een indicatie mogelijk die langer duurt dan vijf jaar? De problemen zijn immers levenslang.
Nee, dat is niet mogelijk. Zie ook het antwoord op de vraag hierboven. De indicatieduur voor de verschillende arrangementen en pakketten is bepaald samen met aanbieders. Hier doet de gemeente geen aanpassingen meer in.

Stel, iemand krijgt in arrangement 3 (cognitieve achteruitgang/dementie) het lichte pakket toegewezen. Al snel blijkt iemand toch het middelzware pakket nodig te hebben. Is het nodig om de zes maanden van het lichte pakket vol te maken?
Nee. Doe als aanbieder een melding bij het wijkteam met de constatering dat het huidige pakket niet (meer) passend is voor de cliënt.

De rol van andere professionals

Wat is de rol van de wijkverpleegkundige?
De rol van de wijkverpleegkundige is niet anders dan bij het indicatieproces voor andere vormen van ondersteuning.

Hoe verhouden de arrangementen zich tot lichte, algemeen toegankelijke ondersteuning?
De mogelijkheden van algemeen toegankelijke ondersteuning komen aan de orde tijdens het keukentafelgesprek. Hetzelfde geldt voor gebruikelijke hulp door het sociale netwerk. De aanbieder kan algemeen toegankelijke ondersteuning (bijvoorbeeld algemeen maatschappelijk werk of vrijwilligersprojecten) meenemen bij het concretiseren van de inzet van ondersteuning met de cliënt. De ondersteuning die de aanbieder zelf levert, omvat meer dan de ondersteuning die vrij toegankelijk kan plaatsvinden. Het is immers een individueel maatwerk.

Is de geestelijke gezondheidszorg altijd betrokken bij cliënten in arrangement 1?
Volwassenen met arrangement 1 hebben acute of chronische psychosociale problemen (zie ook het naslagwerk ondersteuningsarrangementen). Er is niet altijd sprake van een (gediagnosticeerde) psychiatrische aandoening. Het is dus geen voorwaarde dat de geestelijke gezondheidszorg betrokken is.

Haakt er een jobcoach aan bij begeleiding om te communiceren met de werkgever of collega's?
Dit is beleid dat de gemeente nog verder moet uitwerken.

Bijeenkomsten

Vertegenwoordigers van het Breed Overleg Plus en een selectie van aanbieders komen maandelijks bijeen voor het voortgangsoverleg. De volgende geplande datum is 3 september vanaf 15.00 uur.

Voor alle hoofdaan-bieders is er op 27 september vanaf 15.00 uur een informatie-bijeenkomst.