Skip to content

Interview regionaal projectleider GHNT Trijntje Kootstra

Kun je iets over jezelf vertellen en wat je precies doet?

Ik ben Trijntje Kootstra en ik ben de projectleider van Geweld hoort nergens thuis. In heel Nederland zijn 28 regionale projectleiders aangesteld, die ervoor moeten zorgen dat het landelijke programma aansluit op wat er in de regio nodig is en al gebeurt. Samen met gemeenten, ketenpartners en direct betrokkenen (slachtoffers en plegers) gaan we hier mee aan de slag. Geweld hoort nergens thuis loopt tot eind 2021 en kent drie actielijnen: 1. Eerder en beter in beeld, 2. Stoppen en duurzaam oplossen en 3. Aandacht voor specifieke groepen. Aan elke actielijn zijn speerpunten verbonden en het is aan de regio zelf om te bepalen welke speerpunten voor de eigen regio prioriteit hebben.

Kort iets over mijn achtergrond: ik heb internationale betrekkingen gestudeerd in Groningen. Ik ben ook een echte Groninger, geboren en opgegroeid in Winschoten. Ik heb vanaf begin jaren ’90 bij de Stichting tegen Vrouwenhandel (nu CoMensha) gewerkt, waarbij ik o.a. een internationaal netwerk tegen mensenhandel in Oost-Europa heb opgebouwd, La Strada genaamd. Daarna werkte ik voor Amnesty International, ook weer in een internationale functie, waarbij ik me vooral concentreerde op Marokko en Turkije. Mijn laatste baan in loondienst was die van adjunct-directeur van de vrouwenopvang in Utrecht (nu Moviera). Sinds begin 2010 werk ik als zelfstandige, waarbij mensenrechten en kwetsbare groepen de rode draad vormen in alles wat ik doe. Ik ben een projectleider in hart en nieren, hou ervan om te pionieren en zoek daarbij steeds de samenwerking.  Ik besef heel sterk dat je dingen in je eentje niet voor elkaar krijgt. Huiselijk geweld en kindermishandeling is één van de grootste problemen in onze samenleving en daar wil ik me graag hard voor maken!

Welke resultaten zijn al behaald of welke ontwikkelingen lopen er al? (Die een bijdrage leveren aan de speerpunten van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Flevoland.)

Ik ben heel enthousiast over Geweld hoort nergens thuis, omdat je goed kunt merken dat er veel mensen uit het veld betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van dit nieuwe programma. Het programma legt ook precies de vinger op de zere plek: ondanks al onze inspanningen is het nog niet goed genoeg. Het geweld wordt in veel gevallen niet duurzaam gestopt, zoals ook uit onderzoek van o.a. het Verwey Jonker instituut blijkt. Wat wél werkt is een systeemgerichte aanpak, waarbij het hele gezin wordt betrokken, slachtoffer, pleger en eventuele kinderen. Daar wordt dan ook stevig op ingezet binnen Geweld hoort nergens thuis. In Flevoland zijn we bijvoorbeeld net gestart met het MDA++ pilotproject, een intensieve aanpak gericht op multi-problem gezinnen. Geweld gaat vaak van generatie op generatie door en er spelen veel problemen op verschillende leefgebieden.

We beginnen natuurlijk niet bij nul in Flevoland. Ik vind het mooi om te zien wat hier al is opgebouwd, zoals het Centrum voor Seksueel Geweld, het Oranje Huis en de stevige samenwerking in het Veiligheidshuis rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Flevoland is een provincie waarin ruimte is voor nieuwe initiatieven, zoals nu het pilotproject voor de MDA++, maar ook de nieuwe zorg-veiligheidscoördinator mensenhandel die onlangs aan de slag is gegaan. Ook vind ik het mooi om te merken dat organisaties en mensen in Flevoland écht willen samenwerken om huiselijk geweld en kindermishandeling aan te pakken en duurzaam te stoppen.

Waar verwacht jij dat we over drie jaar staan met de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Flevoland?

Ik zie dat het programma enorm ambitieus is, waardoor het heel belangrijk is om keuzes te maken. Wat doen we al, waar moet er nog een tandje bij? Focus is hard nodig. Tijdens de regionale startbijeenkomst van 28 januari jl., hebben meer dan 100 professionals, van politie tot opvang, zich uitgesproken over de speerpunten binnen het programma. Op dit moment heb ik net een regionale ronde door heel Flevoland afgerond, waarbij ik heb gesproken met meer dan 28 organisaties, om ook hen tot in detail te bevragen wat er al goed gaat en wat er nog beter kan. Wat mij daar vooral in opvalt is hoe cruciaal samenwerking is en nog concreter; de verbinding tussen zorg en veiligheid. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling moet echt in dat brede verband worden opgepakt. Ik ben van nature een optimistisch mens en gesterkt door de indruk die ik tot nog toe krijg van Flevoland, ben ik ervan overtuigd dat we in die samenwerking een goede slag kunnen maken! En door een betere samenwerking in de keten kunnen we verschil maken voor de mensen waar het om gaat: slachtoffers, plegers, maar vooral ook de kinderen die veilig moeten kunnen opgroeien, zodat de spiraal van geweld wordt doorbroken. Met kleine stappen vooruit, maar wel gestaag!